29-10-16

23.10.2016 Heidetochten te Halle

Pittige afsluiter van een jubileumjaar

Dat 2016 een jubileumjaar was voor wandelclub “Heidetochten Kester-Gooik” is voor vele wandelaars niet onopgemerkt gebleven. Dit jaar een extra wandeling (5 i.p.v. 4), wie deelnam aan vier van de vijf tochten ontving een fles Tongsnydersbier (75cl) en voor de langeafstandswandelaars was er nog een supplement. Wie aan alle vier de 50-kmtochten deelnam kreeg nog een T-shirt als herinnering.

Zondag 23 oktober 2016 was de afspraak in het Don Bosco-instituut te Halle om de laatste tocht van het vijfluik te bewandelen. Het was rond 6u30 toen ik me parkeerde op de grote koer van deze school. Binnen onze clubgenoten een goeie morgen wensen, inschrijven en ik kon op stap. Anny bleef ter plaatse om een handje toe te steken en indien ze er de gelegenheid toe vond enkele sfeerbeelden te nemen in de startzaal.

Stipt om 7u begon ik aan mijn wandelavontuur. Buiten nog donker uiteraard, koud (amper 3°C) en mistig. Ons clubbestuur noemt dit “Nazomer”, ik noem het guur herfstweer. Wie omstreeks deze tijd van het jaar nog een lange afstand wil bewandelen is nu éénmaal gedoemd om in het donker te vertrekken, anders mag je het vergeten (Ofwel moet je kunnen lopen, zoals sommigen onder ons, maar dat is aan mij niet besteed). Na enkele rustige straten beland ik op een deel van de “Weg-om”. De Weg-Om behoort tot de oudste processiewegen van het land. Door de duisternis en de mist heb ik er echter spijtig genoeg niet veel van gezien. Terug in de bebouwing beland ik aan het kanaal Brussel-Charleroi wat ik dwars, hier ook een eerste splitsing. Enkele korte afstanden gaan dadelijk de rust in Buizingen opzoeken, voor mij zal dit de laatste rustpost worden. Aanvankelijk nog enkele stille straatjes van het nog slapende Halle maar éénmaal het centrum buiten beland ik toch plots midden de natuur. Vanaf hier begint ook de duisternis te wijken en kan ik eindelijk beginnen genieten van mooie herfsttaferelen in het natuurgebied Berendries. Dit natuurgebied situeert zich tussen de dorpskommen van Lembeek en Essenbeek. Het gebied is genoemd naar de straat Berendries. In de vallei van de Maasdalbeek, waar het natuurgebied gelegen is, vind je hooilanden, weiden, akkers en kleine bosjes. Wat verder belandde ik op mijn 1ste rustpost in Essenbeek, de refter van een schooltje. Mijn clubgenoten begroeten, colake drinken en op stap voor het zwaardere werk. Er kwamen nu wel twee stukken van ongeveer 11km, enkel voor de twee grootste afstanden (40 en 50km).

Bij het buitenkomen van de rust dadelijk splitsing. De grootste afstand moest de 1ste keer naar rechts, de 2de keer naar links en de 3de keer opnieuw naar rechts. We zouden hier dus welgeteld drie maal komen rusten! Lichtjes bergop, aan een drukke straat naar links en wat verder opnieuw splitsing, de langste afstand ging solo richting het Hallerbos. Het Hallerbos is een bos met een oppervlakte van 552 ha ten zuidoosten van Halle (511 ha op Hals grondgebied). Het bos is grotendeels eigendom van het Vlaams Gewest en een klein deel van het Waals Gewest en privé-eigendommen. Het Hallerbos vormt een stil recreatiegebied, dat sterk op prijs gesteld wordt door de bevolking van de omliggende sterk verstedelijkte zones. Het is zeer toegankelijk dankzij de vele paadjes. Bij het begin van onze tijdrekening maakte het Hallerbos deel uit van het uitgestrekte Kolenwoud, een oerwoud dat zich vóór de komst van de Romeinen uitstrekte van de Zenne tot de Maasvallei, en dat vanaf de Romeinse tijd langzaam gaat verbrokkelen. De oudste vermelding van het Hallerbos dateert uit 686. De (heilige) Waltrudis, uit het huis der Merovingers, bezat een landgoed op de plek waar nu de stad Halle ligt. Tijdens de 18e eeuw vormden het Zoniënwoud en het Hallerbos nog steeds één geheel, maar pas tijdens de Franse overheersing is dit ongedaan gemaakt. Hier was het heerlijk genieten van de herfstkleuren, enkel jammer van de hardnekkige mist. Het bos door belandde ik op het grondgebied Dworp. Een beetje verhard om terug de natuur in te trekken via een holle weg. Ik kwam op het domein “Zevenbronnen”. Hier op 24 ha ontplooit zich een typisch oud Brabants landschap met beboste heuvels, diepe en natte valleien met hier en daar akkers op de meest vruchtbare plekjes. Het domein vormt een sterke schakel tussen Hallerbos en Zoniënwoud. De begroeiing in het beboste gedeelte is typisch voor dit heuvellandschap: Beuk, Els, Eik, Gewone esdoorn, enz. Op enkele heuvelflanken zijn weiden bewaard gebleven. De naam Zevenbronnen verwijst niet naar het aantal bronnen. De middeleeuwers gebruikten wel vaker het telwoord 'zeven' om 'veel' uit te drukken. "Zevenborre" was gewoon een gebied met veel bronnen. Deze waterpartijen behoorden tot de priorij van de kanunniken van Sint-Augustinus. De uitgestrekte vijver, ook Molenvijver genoemd, domineert het geheel. Zoals de naam doet vermoeden, dreef het vijverwater vroeger een molenrad aan. Een zalig parcours om te bewandelen, dit was genieten tot en met! Ook de mist begon nu goed te verdwijnen. Vervolgens een klimmetje over hobbelige en gladde kasseien, gemakkelijk was anders. Eénmaal boven, nog wat tussen de velden en ik kon de rust gaan opzoeken in Sint-Genesius-Rode. Alle wandelaars die zich hier nu nog bevonden waren vol lof over de mooie maar toch wel pittige omloop. De innerlijke mens versterken en terug op stap.

Via afwisselend kerk- en veldwegen, een mooi gekasseide weg  bergop richting Alsemberg. Hier een mooi zicht op de majestueuze Onze-Lieve-Vrouwkerk. De Hertogelijke kerk van Alsemberg kent een lange geschiedenis. In de 12de eeuw is er sprake van een eenvoudig kapelletje naast een middeleeuwse boerderij. Volgens de legende zou de H. Maria van Hongarije op deze plaats in 1225 een kerk gesticht hebben waarin een prachtig beeld van de Heilige Maria werd ondergebracht. Door verschijningen bij het Mariabeeld van de kerk werd Alsemberg een gekend bedevaartsoord. Als gevolg hiervan kreeg de kerk ook haar Hertogelijke titel waardoor vele adellijke prominenten, zoals Filips de Goede, Karel V en Leopold I de kerk bezochten. Ook vandaag is de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Alsemberg nog steeds gekend als bedevaartsoord. Door de eeuwen heen onderging de kerk meerdere verbouwingen en restauraties. Halfweg de 19de eeuw kreeg de Hertogelijke kerk met haar typisch gotische torenspits haar huidige uitzicht. Verder via een park en kerkwegels midden het agrarische landschap. Even verder beland ik op een oude industriesite. De Papiermolen Herisem en de voormalige Kartonfabriek Winderickx te Alsemberg vormen een 19de-eeuws industrieel complex gegroeid uit een oude papiermolen. De site is één van de best bewaarde voorbeelden van de ooit bloeiende papier- en kartonnijverheid in Brabant. Het complex staat op de lijst van beschermde monumenten als industrieel erfgoed. De site bestaat uit de oorspronkelijke papiermolen, de kartonfabriek, de bijhorende boerderij (met graanmolen) en een centraal gelegen woonhuis met kantoor. Vandaag herbergt de site een museum, een taverne, een feestzaal en locaties voor events en vergaderingen. De omloopbouwer heeft overduidelijk natuur en cultuur laten samensmelten in zijn omloop. Eénmaal de site door opnieuw natuur à volonté. Een mooi pad tussen een beekje  en weilanden, vervolgens een bosdoorsteek, terug langs een beek en op die manier trekken we verder en verder. Afwisseling troef, op zo een omloop verveelt men zich voor geen seconde. Langzaam maar zeker kwam de rust in Essenbeek terug in het vizier waar ik opnieuw de nodige vitamientjes kon bijvullen. Hier had ik ook enkele leuke gesprekjes met vele bekende wandelaars uit alle hoeken van het land.

Zoals reeds eerder gemeld moest ik bij het verlaten van de rust nu dus de andere richting uit. Een plaatselijke lus was het volgende punt op de agenda. Amper enkele honderden meter na het verlaten van de rust en ik was reeds midden de natuur. Een stukje grasveld, een bosstrookje en dan dwarsen we een drukke weg richting het Maasdalbos. Gelegen op de reliëfrijke oostelijke rand van de Zennevallei, tussen Essenbeek en Lembeek. Het 12 hectare grote bos en de omliggende percelen maken sinds 1983 deel uit van een beschermd natuurgebied. Hier kreeg ik een pittige klim onder de voeten geschoven, langs enerzijds een weide, en anderzijds een beboste afgrond. Gelukkig lag dit pad er droog bij. Boven wel een magistraal uitzicht op de Zennevallei en een volgende splitsing. Blijkbaar had de 22km hier ook een lus te verwerken, weliswaar wat kleiner dan de lus van de 50km. Wij van de langste afstand gingen eerst nog een blokje rond via overwegend golvende veldwegen en zelfs een bosstrook om na enkele kilometer terug aan te sluiten bij de kortere afstand. Inmiddels had ik twee bekende wandelaars uit Herne ingehaald, Bea en Raymond. Keuvelend trokken we samen een tijdje met elkaar op. We bleven volop in de natuur, wandelden ook voorbij een immens nieuw gebouwd serrecomplex. Wat verder doemde de rust in Essenbeek voor de 3de maal op. Hier ontmoette ik ook Mai Valenberghs, twee dagen terug een operatie ondergaan aan de hand. Nog volop in de plaaster en toch hier aanwezig voor 42km. Van uithouding gesproken, proficiat!

Op stap naar de volgende rustpost. Enkele honderden meters idem als deze morgen om vervolgens een smal tarmacstraatje in te slaan, bergaf. Wat verder kwam ik in de Steenputbeekvallei, meer bepaald in “De Weikes”, een gebied met Europese allure! Inderdaad, hoe huiselijk en kleinschalig de naam ook mag klinken, de Weikes hebben Europese weerklank. En daar heeft Europa goede redenen voor. De Steenputbeek, die ontspringt in het Hallerbos en verder gevoed wordt door talrijke bronnen, kronkelt in een natuurlijk verloop door weiden, loofbos en voedselrijk moeras. Stroomversnellingen wisselen af met rustige, diepe gedeeltes. De uitstekende waterkwaliteit, zeldzaam in Vlaanderen, en de grote diversiteit aan biotopen maken de Steenputbeek tot een uitzonderlijk leefgebied van de beekprik en van de rivierdonderpad. Deze twee vissoorten zijn in Europa zo zeldzaam geworden dat de Europese Unie eist dat hun habitats beter beschermd worden (volgens de zg. 'Habitatrichtlijn' van de EU). Het gebied van de Weikes wordt daarom op Europees niveau als zeer waardevol gebied beschouwd. De beekprik (Lampetra planeri) is een primitieve vissoort, van een groep die zich gedurende een deel van zijn leven als parasiet voedt met het bloed van andere vissen. De beekprik zelf is niet parasitair. Laat, vaak na zes jaar larvenleven, wordt hij volwassen, eet dan niet meer en plant zich alleen nog voort. De beekprik houdt van helder, stromend water. De rivierdonderpad (Cottus gobio) verkiest dezelfde biotoop, waar tussen steentjes de kleverige eitjes afgezet worden. Het mannetje bewaakt het broedsel, zoals bij de stekelbaars, die hier trouwens ook voorkomt. Om deze vissen van 'Europese allure' in de beek te houden, moet voortdurend over de goede waterkwaliteit gewaakt worden. Anderzijds helpen deze vissen ons door als gevoelige meetinstrumenten de kwaliteit van ons milieu in de gaten te houden. Na geruime tijd liet ik dit beekje achter mij, trok de velden door en richtte mijn pijlen op het Krabbos, in feite een uitloper van het Hallerbos. Ik dwarste de autosnelweg en kwam in Buizingen. Eerst nog een mooie passage in het Kluisbos en vervolgens de laatste rustpost opzoeken. Het merendeel van de wandelaars die hier nog aanwezig waren zijn allen langeafstandswandelaars. Iedereen opgetogen over de omloop, als lid van de organiserende wandelclub klonken hun opmerkingen als muziek in mijn oren. Een lekker biertje en op stap voor het finaledeel.

Ik verliet het centrum van Buizingen en vanop de voetgangersbrug over de spoorweg had ik achter mij een mooie terugblik op de Sint-Vincentiuskerk, een kerk zonder toren. Ik trok de spoorweg over en had langs de andere zijde dadelijk een splitsing. De korte afstand wendde zijn steven naar de eindmeet, de rest kon nog een toertje alom doen. Een mooi bebost wandelpad langs de Zenne, vervolgens een klein stukje verhard om aan het kanaal Brussel-Charleroi uit te komen. Langs het jaagpad, onder de dwarrelend bladeren met mooie herfstkleuren zag ik langzaam maar zeker Halle-centrum dichterbij komen. Vanaf hier ook een mooi uitzicht op de torenspits van de gotische Sint-Martinusbasiliek. Ik dwarste Halle centrum om langs een buitenwijk verder te trekken. Een laatste mooie veldweg, nog wat straten en om klokslag 18u wandelde ik de startzaal binnen, enigszins vermoeid van deze toch wel pittige, maar o zo mooie afsluiter van het vijfluik.

Bedankt aan de omloopbouwer en zijn equipe uitpijlers voor de mooie perfect uitgepijlde omloop. Bedankt aan het bestuur voor de verwezenlijkingen het ganse jaar door en aan mijn collega-clubleden voor de gezellige en gemoedelijke sfeer overal te velde. Tot één dezer.

Verslag: Chris Van Cauwenberge

FOTOREEKS:  https://get.google.com/albumarchive/109206872063874220159...

21:13 Gepost door heimisse in wandelen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: halle, heidetochten, chris |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.