30-01-08
De Moere wandeltocht met de FLAL vanuit Grolloo
| | De Moere wandeltocht met de FLAL vanuit Grolloo. |
Op zaterdag 26 januari 2008 organiseerde de FLAL de Moere wandeltocht over de afstanden van 25 en 40 kilometer. De start was vanuit café restaurant Hofsteenge. Wij waren weer eens de vorige dag neergestreken bij een adresje van de Stichting vrienden op de Fiets. We waren daar op vrijdagavond in het donker gearriveerd. Op deze zaterdagochtend waren we in het donker naar de start gelopen. Even voor half negen keken we naar buiten en zagen dat het licht geworden was. We hadden nog een half uur te gaan voor de start. Daarop besloten we, gewapend met ons fototoestel, een aantal foto's van het dorp te maken. Dat was het borstbeeld van Harry Muskee, de leadzanger van de bluesgroep Cuby and the Blizzard. Harry Muskee (10 juni 1941) Zanger van de band Cuby and the Blizzards.Harry Muskee werd tijdens de oorlog geboren in het Wilhelmina Ziekenhuis te Assen. Aanvankelijk woonde hij met zijn moeder bij zijn opoe, omdat zijn vader gevangen was genomen en naar Duitsland was afgevoerd. Na de oorlog, hij was toen vier jaar, zag hij zijn vader voor het eerst. Op zijn vijftiende ging hij voor het eerst naar gitaarles en op de Mulo kwam hij in aanraking met Jazz en Dixieland. Met de broers Jaap en Henk Hilbrandie richtte hij de band The Mixtures op. Uit deze band kwam The Old "Fashioned Jazz Group" voort en speelde vooral op schoolfeesten in Assen. Toen hij bij de platenzaak de LP "Live at Newport" van John Lee Hooker aantrof, besloot hij dat hij deze muziek ook wilde gaan maken. Harry brak door met The Blizzards. Na het uiteenvallen van Cuby and the Blizzards toerde hij rond met formaties als Red White & Blue, de Harry Muskee Band, de Muskee Gang en Muskee. Uiteindelijk bleek de originele naam Cuby & The Blizzards de meest pakkende te zijn en onder deze naam, toert Harry alweer vele jaren door binnen- en buitenland.
Verder nog de boerderij waar Cuby and the Blizzard hadden gerepeteerd voor de langspeelplaat "Groeten uit Grollo". Naast de toegangsduur waren de letters HM (Harry Muskee) geverfd. Nu was dit een zakelijk adres. In de 60er jaren stonden de letters CB (Cuby and the Blizzards) naast de toegangsdeur geverfd. Harry Muskee en Voorstreek 4 Dit is de boerderij waar Cuby and the Blizzards repeteerden voor onder andere de elpee "Groeten uit Grollo" die in 1967 uitkwam. Drentse bluesmuziek die jaren achtereen furore maakte. Op de brink staat de bronzen kop van Muskee waarmee een stuk geschiedenis van Grolloo, het dorp waar hij zes jaar woonde, wordt vastgelegd. Voor de optredens bij Café Hofsteenge, stond de band in het begin op het biljart, want een echte installatie had men nog niet. Even verderop stond een onbewoonbare boerderij. Voor f 80,- per maand was Harry de huurder van een boerderij met slechts een werkend waterkraantje erin op de pompstraat. Café Hofsteenge werd het tweede huis, voor de maaltijd en de wc, want die was er ook niet. "Desolation", "Groeten uit Grollo" en "Trippin through a midnight blues" zijn in de boerderij ontstaan. "Apple Knockers Flophouse" is een nummer dat is ontstaan in Grolloo. Het is Amerikaans "slang" voor een goedkoop logement voor de nacht. Het is een autobiografisch nummer over de gezelligheid van de boerderij in Grolloo Ook ons overnachtingadres werd nog gefotografeerd. Verder nog markante gebouwen aan de Middenstreek en tenslotte nog de Nederlands Hervormde kerk.
Teruggekeerd bij het borstbeeld van Harry Muskee zagen we opeens dat de wandelaars gestart waren. En het was pas tien voor negen. Daardoor hadden we het toespraakje gemist waarin werd gezegd dat er een parkoerswijziging was. Dat merkten we later onderweg wel, maar dat er toespraakje was geweest lazen we pas later op internet.
Na de start volgden we de Hoofdstraat en liepen langs huize 't Meesterhoes en de Nederlands Hervormde kerk. Daarna sloegen we af en bij de begraafplaats verlieten we Grolloo met het oversteken van de N376. Eerst liepen we door en langs de Zuider Esch. Daarop werd boswachterij Gieten/Borger bereikt. Boswachter Karel Bos vertelt: "De stilte in boswachterij Gieten- Borger is intens, ver weg van steden en snelwegen. De bossen zijn tamelijk vochtig en er komt regelmatig nevel voor. Dat is heel sfeervol, vanuit een dicht sparrenbos kom je dan plotseling op een open heideveld met verstilde vennetjes tussen de mistflarden.
In de crisistijd rond 1930 zijn de woeste gronden met heidevelden en zandverstuivingen op dit deel van de Drentse Hondsrug ontgonnen en omgespit om er bos te kunnen planten. De oudste bomen in Gieten-Borger zijn nu ongeveer zeventig jaar oud. De laatste jaren proberen we het productiebos zorgvuldig en stapsgewijs om te vormen naar meer natuurlijk bos met verschillende soorten inheemse loofbomen en van verschillende leeftijden. Dat maakt het bos afwisselender en aantrekkelijker. We planten dan ook geen bomen meer aan, ze kiemen vanzelf. Grote karakteristieke bomen worden met rust gelaten en dode bomen laten we staan, zolang ze geen gevaar vormen voor onze bezoekers."
Door het Grollooërveld werd de Tienmaatsweg bereikt. Hier liepen we langs weilandengebied de Koelanden. Opnieuw in bosgebied kwamen we achtereenvolgens langs het Vossenveen, het Wulpenveen en de Rondeplas.We staken de N857 over en kwamen vervolgens langs een groot omrasterd heideveld dat op het Drouwenerveld was gelegen. We bereikten een keienweg. Hier was de splitsing met de 25 kilometer en tevens het begin van de eerste omleiding. Even verderop kwamen we langs het fraaie meertje Watermolenveen. De zon was inmiddels helderder geworden. Daardoor ontstonden er mooie kleurschakeringen.Flintenwegen (kasseien of kinderkopjes)
De historische flintenwegen zijn welgeteld zo'n 26 kilometer met de hand gelegde kleine granieten veldkeien. Ze zijn aangelegd tijdens de bebossingen van zand- en heidegronden in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Vanaf begin vorige eeuw gold een indeling in twee typen bosaanleg. Eén categorie had als hoofddoel zandverstuivingen en woestijnvorming de baas te worden. Andere aangelegde bossen dienden in de eerste plaats de houtoogst. In de laatste categorie vinden we deze bijzondere soort ontsluitingsweg, de 'flintenwegen’.
In de boswachterijen die op de 'woeste gronden' van voorheen zijn aangelegd, zijn tevens forse zwerfkeien te vinden waarop het bosvaknummer geschilderd is. Deze hoekstenen dienden vooral in de beginjaren ter oriëntatie in het nog open veld. Driekwarteeuw later dienen ze de recreatie in de inmiddels hoog opgeschoten bossen. We naderden de N34 en hier liepen we via een viaduct onderdoor. In de tunnel was een goede akoestiek. Nadat wij een paar keer een joehoe uitroep ten gehore hadden gebracht volgde een mooie galm.
Vlak voor Drouwen hing een FLAL-pijl wat vreemd aan een dun takje. Dichterbij gekomen zagen we wat de bedoeling hiervan was. We konden hier langs twee hunebedden lopen. Dat waren de hunebedden met de nummers D15 en D16. Wij bekeken ze van dichtbij. We doorkruisten Drouwen en aan de andere kant van het dorp was de eerste grote rust in café restaurant De Oude Waag. Een kom erwtensoep bedroeg 5 euro. Wij dachten, dat er niet veel wandelaars zouden zijn die dat bedrag voor een bord erwtensoep over hadden. Tegenover de rust lag een grote natuurschaatsbaan die er nu erg nat bijlag.
We verlieten Drouwen in oostelijke richting. Daarbij liepen we door de Oosteresch. Hier even ten zuiden ligt het buurtschap Bronneger. Vervolgens liepen we door en langs de Kemperesch naar het Drouwenerzand. Op dit pad troffen we een man die zich op zijn karretje door een paard liet voorttrekken. Elders was deze man op het parkoers te vinden getuige de foto van een collega internet-fotograaf-wandelaar.
Op een paal waarop het naambordje van het Drouwenerzand was bevestigd, waren ook markeringen aangebracht van deze FLAL-tocht en geelblauwe en geel rode markeringen.Tussen Drouwen en Gasselte ligt op de Hondsrug het natuurgebied "Het Drouwenerzand". Het stuifzandgebied is in de loop der tijd ontstaan door overbegrazing, het steken van heideplaggen en het delven van keien. Een groot deel van het gebied is in de 20e eeuw bebost, maar een gedeelte van het stuifzandgebied is bewaard gebleven. Het initiatief tot bebossing van het Drouwenerzand kwam in 1903 van de "Oranjebond van Orde’, een antisocialistische organisatie. De feitelijke bebossing is in het begin van de 20e eeuw uitgevoerd door de Heidemaatschappij. Ten noordoosten van het zandgebied is - in het Drouwenerzand - een heidegebied met karakteristieke jeneverbesstruiken ontstaan. Het gebied wordt thans beheerd door het Drentse Landschap, die er een kudde Drentse heideschapen laat grazen. Het Drouwenerzand was niet alleen zand, maar vooral heideterrein en bosgebied. Het tweede heideveld waar wij overheen liepen was schitterend mooi. Hier werden we ingehaald door de parkoersuitzetters van de volgende FLAL-tocht vanuit het Noordhollandse Hippolytushoef. We werden warm gemaakt voor deze tocht. Tegen beter weten in. Want wij zijn fanatieke WS78 lopers. En in februari vallen de WS78 tochten gelijk met die van de FLAL. En WS78 staat bij ons op de eerste plaats.Nabij een paars paaltje van een rondwandeling van het Drentse Landschap en een informatiebord over het Drouwenerzand werd dit gebied verlaten en bereikten we Gasselte. Vlak voor de bebouwde kom kwamen we trouwens nog langs een alleraardigst mooi vennetje. In Gasselte kwamen we langs het standbeeld van Wemeltje Kruit. Wemelie Kruut heette eigenlijk Wemeltje Kruit; een eenvoudig mensje uit een woonwagen aan de rand van Gasselte. Maar met haar lange zwarte rokken, schort, klompen en bestelfiets een markante verschijning in de streek. Wemelie was koopvrouw en met een zware koffer voorop, reed ze op de bestelfiets de dorpen op de Hondsrug af. Van Zuidlaren en Eext in het noorden tot Borger en Odoorn in het zuiden verkocht ze haar negotie. Van garen en band tot sokophouders. Op 76 jarige leeftijd overleed ze in 1963. Maar in Gasselte leeft ze voort. In het dorp staat een prachtig beeld van haar, mét fiets. Ook is er een boekje van haar verschenen; ‘achter het verhaal aan’. En de plaatselijke bakker verkoopt Gasselter Wemeltjes, een soort janhagel.
Buiten Gasselte liepen we over de Sodemorseweg naar het Dobbendal. De Amerikaanse eiken langs Sodemorseweg zijn zeer karakteristiek voor het terrein. Je vindt hier fundamenten van Kamp Dobbendal. Dit Duitse nationaal-socialistische opvoedingskamp was hier gevestigd van mei 1941 tot juni 1944. Er waren ongeveer 650 jongens van de Nederlandsche Arbeidsdienst gelegerd. Zij moesten dagelijks op de hei werken. In 1945 is dit kamp afgebroken.Daarop werd de tweede grote rust bereikt in bar petit restaurant De Kremmer op camping annex bungalowcentrum De Kremmer. Het was er niet al te warm. De meeste warmte kwam hier van de open haard die lekker brandde. Op elke tafel lag informatiemateriaal van het camping annex bungalowcentrumNa deze rust liepen we op korte afstand langs het meertje 't Nije Hemelriek, een vennetje. Vervolgens bereikten we een grote Zandwinningplas in het Gasselterveld. In het Staatsbos bij Gasselte ligt al 60 jaar, natuurlijk, in een kraag van naaldbomen een grote blauwe waterplas waar zand uit wordt gewonnen. Mooi, grof, wit zand voor de bouw, en geelzand voor onder de tegels.
Grof zand, voor de bouw, is schaars in Drenthe. Er zijn maar twee plekken waar dit zand in behoorlijke hoeveelheden aan de oppervlakte komt, en de zandwinning in het Gasselterveld is daarvan de grootste, met de beste kwaliteit. Het schone, witte zand is wijd en zijd bekend, en er worden door allerlei bedrijven diverse producten van gemaakt: van straatstenen tot prefab huizen, en van golfbanen tot sportvelden.
Voor de toekomst van het bestaande zandmeer en voor het nieuwe gebied zijn mooie plannen gemaakt, veilig, en met veel ruimte voor mens en natuur. Omdat het niet alleen gaat om het directe nut van het zand, maar ook om hoe we het landschap achterlaten voor toekomstige generaties. Het water en zijn oevers sluiten prachtig aan op de recreatieve voorzieningen in de directe omgeving: bungalowpark de Kremmer, het Nije Hemelriek waar mogelijk (alsnog) het Boomkroonpad naar toe zal verhuizen, het Parkhotel dat een betere toekomst verdient, de bossen zelf met het Pieterpad, en daarachter het beekdal van het Anderse Diep bij Papenvoort. Een samenhangend geheel, met de potentie van een belangrijke toeristische trekpleister.
Op een splitsing, waar een witte pijl op een witte berk rechtsaf wees, liepen verschillende wandelaars rechtdoor. Tijdens de tweedaagse van Gieten liepen op dit punt ook wandelaars verkeerd, toen mede vanwege een onduidelijke omschrijving. We melden dit maar even omdat we wisten dat enkele organisatoren van die tweedaagse nu ook meeliepen.Nabij het Lange Veen mochten de 40 kilometer lopers nog een extra lusje lopers om de 40 kilometer vol te maken. Daarbij kwamen nog langs een fotogeniek vennetje.
We staken het Andersche Diep over en liepen verder langs het Oosterveld van Rolde.Wat hier in het uitzicht van het Oosterveld van Rolde opvalt zijn de strakke bosranden. Als u de kaart erbij pakt, ontdekt u dat deze randen vanuit het zuiden allemaal op de kerktoren van Rolde gericht zijn. In dit gebied is de 'torenverkaveling' toegepast. Tot 1848 waren deze gronden gemeenschappelijk bezit van de boermarke (een soort bestuurlijke voorloper van de gemeente). Vanwege vernieuwingen in de landbouw, werd het wettelijk mogelijk gemaakt voor één aandeelhouder in het gemene grondbezit om scheiding van bezit aan te vragen. In Rolde gebeurde de scheiding op aanvraag van medegerechtigden van buiten de dorpskring, 'wat weinig enthousiasme teweeg bracht'. Wellicht daarom is de makkelijkste wijze van verdelen gekozen: vanaf de buitengrenzen gewoon de taart verdelen volgens rechte lijnen richting kerktoren. Het Drentsch Landbouw Genootschap sprak later officieel zijn afkeuring uit over deze onhandige vorm met 'kylende percelen'. Thans is deze landverdeling hier -als enige in Drenthe- nog goed herkenbaar. In buurtschap Papenvoort staken we opnieuw het Andersche Diep over. Papenvoort is een gehucht, ontstaan langs de weg Rolde-Borger. Uit de Provinciale Drentsche en Asser Courant komt het volgende bericht. "Papenvoort is een gehuchtje dat bestaat uit een paar boerenspullen en een stil caféetje. Verder is het plaatsje niets; het enige interessante is hoe het eigenlijk aan zijn merkwaardige naam is gekomen. Om daar achter te komen moeten wij terug gaan naar de zestiende eeuw. In één van de barre winters aan het einde van deze eeuw trok barrevoets een priester door het Drentse land. Hij schijnt onderweg geweest te zijn naar het Mariaklooster in het "eensaem oord in de marke van Witten onder Roldes Parochie" met een belangrijke opdracht. Voort trok hij door de verlaten velden totdat hij plotseling bij een stroompje stond dat onstuimig bruisend buiten zijn oevers was getreden. Een brug was er niet en er bleef de eenzame reiziger geen andere weg over dan het riviertje, waarop de ijsschotsen met vervaarlijke snelheid voortdreven te doorwaden. Hij slaagde daarin maar toen hij de overkant van het watertje had bereikt werd hij door de koude bevangen, zodat hij onmogelijk verder kon. In deze barre eenzaamheid sloeg zijn stervensuur. Mensen die de volgende dag eveneens deze weg volgden vonden aan de oever van het stroompje het bevroren lijk van de arme Kloosterling. Naar dit ongelukkig voorval aan de jonge Paap overkomen noemde men de plaats van het gebeurde, ter plaatse van het doorwaadbare stroompje: Papenvoort." Door een bosgebied met langs de zandweg talrijke opgestapelde in stukken gezaagde boomstammen werd een verkeersweg in het Grollooerveld bereikt. Deze asfaltweg volgden we naar Grolloo.
Aan de rand van de bebouwde kom van Grolloo kwamen we nog langs een boerderijwinkel. Na een kleine 8 uur onderweg te zijn geweest werd na 40,6 kilometer de finish bereikt. Er waren 481 deelnemers. Het was de hele dag droog gebleven. Nadat we de finish hadden verlaten, liepen we naar de bushalte voor de thuisreis. Even voordat de bus naar Assen arriveerde, zagen we nog de pijlophalers, een Fries echtpaar uit Drachten.
Nadat we thuis waren gearriveerd keken we, voordat we naar bed gingen, nog even op www.bpol.nl om te kijken of de foto’s al online stonden, net zoals we dat twee weken geleden ook hadden gedaan. Maar helaas, de foto’s stonden er nog niet op, wel een dag later.
Sinds enige maanden kijken wij na afloop van een FLAL tocht ook op http://noortjesvoetstappen.web-log.nl/mijn_weblog/. En hier stond zowaar al een verslag met enige foto’s.
Henri Floor |
Klik HIER om naar de fotoreportage te gaan.Er zijn 73 foto's geplaatst.
18:49
Gepost door Henri Floor
in Vrije tijd |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: henri, grolloo, 260108, flal |
Facebook
|
16-01-08
Met de FLAL vanuit de groene parel van Opsterland.
| | Met de FLAL vanuit de groene parel van Opsterland. |
Namens de KNBLO Wandelsportorganisatie Nederland (KNBLO-NL) heetten de wandelvereniging FLAL, De Trochsetters en Borneroord ons welkom op zaterdag 12 januari 2008 op de eerste van de 14 jubileumwandeltochten die dit jaar georganiseerd worden ter ere van het 100-jarig bestaan van de KNBLO-NL. De startplaats was Beetsterzwaag in de gemeente Opsterland. De bekendste plaats in de buurt van Beetsterzwaag is het iets noordelijke gelegen Drachten. Beetsterzwaag valt onder de gemeente Opsterland.De gemeente Opsterland telt 16 dorpen, te weten: Gorredijk, Ureterp, Beetsterzwaag, Bakkeveen, Lippenhuizen, Wijnjewoude, Nij Beets, Tijnje, Siegerswoude, Frieschepalen, Langezwaag, Terwispel, Hemrik, Luxwoude, Olterterp en Jonkersland en verder 14 buurtschappen te weten: Allardsoog, Grootwijngaarden, Haneburen, Heidehuizen, Hemrikerverlaat, Klein Groningen, Kortezwaag, Nieuwe Vaart, Selmien, Sparjebird, Uilesprong, Ureterp aan de Vaart, Vosseburen, WijnjeterpverlaatToen wij de startlocatie betraden en rondkeken hoe de inschrijfprocedure zou zijn kwam er een bestuurslid van de FLAL naar ons toegelopen. Ze zei tegen ons dat we door de verkeerde deur naar binnen waren gekomen. Nadat we ons inschrijfformulier hadden ingevuld zochten we achter de lange rij tafels waar wij ons verder konden inschrijven. Boven de tafels hingen de desbetreffende aanduidingen en na de eerste 4 tafels waar de afkorting IZA bij stond dachten we even dat we bij een verkeerde tocht waren. Want de afkorting IZA zei ons niks. Later hoorden we van een medewandelaar, dat het om een ziektekostenverzekering ging. De IZA had wandelaars, die bij hen waren aangesloten, gratis startbewijzen gegeven. Maar de wandelaar van wie we dit hoorden vulde aan, dat hij zijn aangevraagde startbewijs niet had ontvangen.Het was inmiddels 7.57 uur. Nog voordat we de juiste inschrijftafel hadden gevonden zei een medewerker dat je pas vanaf 8.00 uur kon inschrijven. Meteen daarna zei een bestuurslid van de FLAL, kom maar, dan schrijven we je wel in, want wat zijn nou 3 minuten.
We kregen een grote 8-hoekige startkaart waarop we privé gegevens en het startnummer konden vermelden. Ondergetekende had startnummer 401. Er waren tien vakjes op de startkaart waar we een controleknip in konden krijgen. We kregen er tijdens de wandeling echter maar 2. Deze hadden de vorm van een tulp en een hartje.

Twee leden van de werkgroep historische rondleiding Beetsterzwaag waren in klederdracht aanwezig om Beetsterzwaag te promoten. We kregen een mooie zwart-wit foto met op de achterkant internetadressen waarop uitgebreide informatie over Beetsterzwaag te vinden was.
Even na half negen werd het zo druk dat we naar buiten gingen. Hier stonden ook al talrijke wandelaars, die de warmte van binnen en de drukte ook niet meer prettig vonden. Tegen 9 uur kwamen de parkoersuitdelers van de 25 en 35 km naar buiten. Toen de man, die het 35 km parkoers uitdeelde werd bestormd, zei hij, denk er wel om dat ik 68 jaar ben. Hiermee hoopte hij dat de wandelaars wat voorzichtiger met hem zouden doen
De start van deze wandeling was vanuit ’t Trefpunt. Al na 20 meter sloegen we een bospad in. Door de Boslaan liepen we naar de Hoofdstraat. Het was zwaar bewolkt en daardoor was er nog te weinig licht om mooie foto’s te kunnen maken.
Door het park van de Tropische Kas werd Beetsterzwaag verlaten. Jonkheer Jan Anne Lycklama à Nijeholt werd in 1835 eigenaar van het huis dan nu bekendstaat als het Lycklamahûs. Zowel achter als voor het huis werd een tuin aangelegd. Omdat de tuin aan de voorzijde vanuit het huis gezien aan de overkant van de hoofdstraat was gelegen, werd deze overtuin genoemd. In deze overtuin werd in 1869 de nu nog aanwezige lessenaarskas (druivenkas) en een bloemenkas gebouwd. Deze bloemenkas is enige malen vernieuwd en verbouwd tot oranjerie om in de winter vorstgevoelige planten te kunnen bewaren.In de twintiger jaren werd deze oranjerie vervangen door de kas die nu bekend staat als de Tropische Kas te Beetsterzwaag. Deze kas is ruim 80 jaar oud en bezit ook enkele planten van bijna dezelfde leeftijd. Daarnaast omvat deze kas een gevarieerde collectie tropische planten.Verder is er een uitgebreide verzameling kuipplanten, waaronder een aantal fraaie citrusbomen van ruim 70 jaar oud. Deze planten overwinteren nu in een oranjerie die in 1984 is gebouwd. In 2004 is een vierde kas aan het complex toegevoegd, waarin bezoekers ontvangen kunnen worden.
Verder dwaalden we door het Roekebosch. Daarna volgde een lus door bosgebied Bovenveld.Zo kwamen we na een uurtje lopen bij Olterterp. Hier was een parkoerswijziging. Het leek er niet op dat de officiële route versperd was. Maar om de bekendste plek van Olterterp rechts te laten liggen kon natuurlijk ook niet. Want er stond hier een alleraardigst kerkje uit de 15e eeuw. Het was de Sint Hippolytuskerk. Boven de ingang van de kerk hing een kleurrijk wapen. In de kerk, die opengesteld was, hingen talrijke muurversieringen. Heel opvallend was de zandloper, die op de preekstoel stond en voor alle kerkgangers duidelijk zichtbaar was tijdens een kerkdienst. De voorganger werd er dan aan herinnerd dat zijn preek niet te lang mocht duren. Ook een deel van de vloer was van kunstwerken voorzien. Buiten de kerk stonden oude grafstenen.Middenin de bossen van Olterterp en toch vlakbij verschillende horecagelegenheden staat de Sint Hippolytuskerk van Olterterp. Aan zijn romantische ligging en fraaie interieur dankt de kerk ongetwijfeld zijn faam als ‘trouwkerk’ van Fryslân. Elke zomer is er een expositie van beeldende kunst. Een groep vrijgemaakt gereformeerden die zich heeft losgemaakt van het landelijke kerkgenootschap houdt ’s zondags twee keer een dienst in de kerk. De gotische kerk heeft naast de toren en koorafsluiting trapgevels. De kansel met zandloper uit 1780 toont op de vijf kuippanelen afbeeldingen van de vier Evangelisten en Mozes met de Tien Geboden. Mozes draagt de wetstafels, Mattheus is er met de engel, Markus met een leeuw, Lukas met een os en Johannes met een adelaar.
De familie van Boelens, sinds de 18e eeuw bewoners van het nabijgelegen Slot Boelens (tegenwoordig Huize Olterterp, hoofdkantoor van It Fryske Gea), schonk in 1744 500 gulden voor de bouw van de toren, waaraan een gedenksteen boven de ingang herinnert. Hun grote grafstenen en die van de aangetrouwde Lycklama à Nijeholts en de wapenborden zijn in de kerk opvallend aanwezig. Het Van Boelenswapen herkent u aan de eikeltjes en de vlasbloem, een herinnering aan het vlas dat hier verbouwd werd. Het kerkhof is omzoomd door oude beuken. In 1520 woont er al een boer Boele in Olterterp. Langzaam maar zeker breiden zijn nazaten hun bezittingen uit en worden ze steeds deftiger door goede huwelijken te sluiten, erfenissen te vergaren en verstandige aankopen te doen. Zijn nazaat Mr. Ambrosius Ayso van Boelens heeft rond 1795 bijna heel Olterterp in bezit. Ambrosius brengt het tot bestuurder: president van de rechtbank in Heerenveen, Tweede Kamerlid en Grietman van Opsterland. Hij laat op de plek, waar ooit de voorganger van de Hyppolituskerk stond, een privé-begraafplaats voor zijn familie aanleggen, toen het begraven in de kerk verboden werd.Even verderop werd Restaurant Het Witte Huis aan de Van Harinxmaweg bereikt. Hier was de rust voor alleen de 25 km lopers. Toen wij hier kwamen werd dat duidelijk gemaakt door informatie die op de asfaltweg met krijt was neer geschreven. Van achterop komers hoorden we, dat toen zij daar kwamen, samen met de 25 km lopers, niets meer van die informatie zagen en met de anderen wandelaars Het Witte Huis inliepen.
In de routebeschrijving van de 35 km stond weliswaar ook niet vermeld dat hier een rust was, maar de meeste wandelaars kijken daar niet op en als 25 en 35 km lopers door elkaar lopen dan gaat iedereen elkaar achterna.
Bovendien was de parkoersbeschrijving in combinatie met de bepijling zeer slecht te volgen. Hoewel de routebeschrijving genummerd was, waren de pijlen niet genummerd. En als je de routebeschrijving alleen bij problemen hanteert, dan weet je niet waar je in de routebeschrijving zit. We passeerden een bordje dat aangaf dat we nu over landgoed Olterterp Lauswolt liepen. In de bossen waren de parkoersen af en toe flink modderig. Daardoor werd de afstand, die we liepen, ook wat langer omdat we om die talrijke plassen heen moesten lopen. Eenmaal overkwam het ons dat de naastliggende sloot langs een bospad droger was dan het bospad.Aan de rand van de bossen zagen we verschillende keren Saksische boerderijen, zoals in buurtschap Heidehuizen.Op een splitsing liep een wandelaar uit het Veluwse Garderen een ander pad op. Hij keek nog achterom ten teken dat hij opzettelijk verkeerd liep. Later bleek dat hij naar het bosmeer het Witte Meer liep om daar een paar fraaie foto’s te maken.
Verder kwamen we langs een plek, dat bekend staat als het Zwarte Meer in het Hemrikkerveld. Wij hebben de plek niet precies kunnen vaststellen omdat we in dit gebied niet bekend zijn en omdat er in het Zwarte Meer geen water zit.Bij Hemrikkerhout staken we het Oud- of Koningsdiep over via het Hemrikkerpad
Langs de Hemrikkerscharren, een weilandengebied, liepen we verder naar boerderij Wildzangh.
Op 16,9 kilometer was de eerste grote rust in Hemrik. De afgelegde afstand hoorden we pas op de rust. Want op de routebeschrijving stonden helemaal geen afstanden vermeld. Alleen bovenaan het eerste blad stond dat het om het 35 km parkoers ging. Splitsingen waren trouwens erg onduidelijk aangegeven

Aan de rand van Hemrik kwamen we langs ’t Koetshuis. We vroegen ons af of Hemrik tot Beetsterzwaag wordt gerekend, want op 27 januari 2007 waren er formatiebesprekingen in ’t Koetshuis te Beetsterzwaag.
Buiten Hemrik kwamen we langs een oude machinefabriek. Er stond een oude machine met groot draaiwiel buiten die natuurlijk op de gevoelige plaat werd vastgelegd.
Bij Hemrikkerverlaat staken we de Opsterlandse Campagnonvaart over.De Opsterlandse Compagnonsvaart is een kanaal tussen de Nieuwe Vaart bij Gorredijk en de Drentse Hoofdvaart bij Smilde en maakt deel uit van de Turfroute. De lengte van het kanaal is 34 kilometer en loopt langs de dorpen Appelscha, Oosterwolde, Donkerbroek, Wijnjeterpverlaat, Hemrikerverlaat, Lippenhuizen, Gorredijk en Terwispel.Op het dak van een boerderij zat een heel mooie windvaan. Het stelde een jager voor. Een doodgeschoten haas hing aan een stok over zijn schouder. Ook een jachtgeweer en een jachthond waren duidelijk zichtbaar. Aan de vlaggenstok van een naastliggende boerderij wapperde een smalle en langwerpige Friese Vlag. Dit soort vlaggen zagen we bij talrijke boerderijen wapperen.Door de Wijken buurt, een gebied met weilanden en vaarten ten oosten van Jubbega, volgden wij enige wijken. Eerst was dat wijk 10. Later volgden we ook de wijken 5 en 4. Daarna liepen we door een bosgebied nabij Hoornsterzwaag.

Na een houten bruggetje liepen de meeste wandelaars bij punt 63 linksaf. De routebeschrijving gaf rechtdoor aan terwijl 2 pijlen met FLAL-opdruk naar links wezen. Zoals eerder al aangegeven kijken de meeste wandelaars alleen naar de pijlen. Toen we op 2 kort daarop volgende splitsingen geen pijlen zagen besloten we de routebeschrijving te raadplegen en stelden daarop vast waar we verkeerd waren gelopen. We liepen terug en volgden nu het pad na de brug rechtdoor. Bij een eerdere wijziging was aangegeven dat het om een parkoerswijziging ging, en dat stond nu niet vermeld. We liepen hierdoor nog door een fraai natuurgebiedje. Hierin lag nog een klein meertje dat iets overgelopen was op het pad.
In het centrum van Jubbega kwamen we langs het standbeeld van Paulus JakjePaulus Jakje (22 juli 1878 - 21 maart 1944)
'Paulus Jakje' werd op 22 juli 1878 te Jubbega geboren als zoon van Tjalke Blauw en Grietje Jonker. Paulus was eerst getrouwd met Willemke Jonker die al op 22-jarige leeftijd overleed. Hun zoontje Tjalke werd slechts twee jaar oud. Berendina Drent was zijn tweede vrouw; dit huwelijk werd in 1928 ontbonden. Daarna kwam Ietsje Blaauwbroek bij hem wonen. Zij had al een zoon uit haar huwelijk met Lubertus Blaauw. Samen kregen ze drie kinderen, die echter niet op naam van Paulus kwamen, omdat Ietsje niet gescheiden was.
Paulus was wel eens voor korte tijd arbeider, maar probeerde over het algemeen de kost te verdienen met harmonikaspelen. Hij kende zijn klanten wel en wist zijn repertoire daarop af te stemmen. Zo wisselden geestelijke liederen en straatdeuntjes elkaar af.
Op 15 november 1937 verhuisden ze naar Nieuwehorne en kwamen daar te wonen bij de oude ijsbaan. Hij overleed op 21 maart 1944 op 65-jarige leeftijd. Ietsje overleed in 1979.We vroegen ons af of Paulus Jakje familie was van Kortjakje. Want wie kent niet onderstaand kinderlied van Kortjakje:

Midden in de week maar 's zondags niet
's Zondags gaat zij naar de kerk
Met een boek vol zilverwerk
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
Midden in de week wil zij niet wassen
's Zondags strikt ze herendassen
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
's Zondags als haar liefste komt
Is Kortjakje goed gezond
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
Buiten Jubbega kwamen we langs een fabriekje, waar skicabines werden gemaakt. We konden ons niet voorstellen, dat dit lonend kon zijn, omdat er lange transportkosten zijn. Want Nederland telt niet veel skibanen. Maar buiten stond een skicabine opgesteld. Over een fietspad langs de verkeersweg Leane liepen we naar buurtschap Vosseburen. Hier staken we de Opsterlandse Compagnonsvaart over.

Langs de Lippenhuizerverlaat kregen we uitzicht op de watertoren van Lippenhuizen.De watertoren in Lippenhuizen werd gebouwd in 1932 door de I.W.G.L. en de Bredasche Beton Mij. De watertoren heeft een hoogte van 44,25 meter en heeft twee waterreservoirs van elk 300 m3. De inhoud is dezelfde als de inhoud van de watertoren van Harlingen. De toren heeft een tentdak van koper (door corrosie lichtgroen uitgeslagen) met acht zijden, gelijk aan de watertoren van Harlingen en de watertoren van Bolsward.We volgden hier ook nog een traject van de Veen en Wouden ANWB auto route. Op de afbeelding van de routeborden viel de afbeelding van een klokkenstoel heel duidelijk op.
Over een lang betonfietspad moesten we op een viersprong linksaf. Bij de eerste twee viersprongen stonden helemaal geen pijlen. Dan ga je je toch al zorgen maken of je nog wel goed liep. Maar daarna stonden twee ondersteuningspijlen. Op de derde viersprong waren ook geen pijlen te bekennen. Pas bij de vierde viersprong konden we opgelucht adem halen. En dan te bedenken dat wandelen zo rustgevend moet zijn.
Wel moeten we aantekenen dat in de parkoersbeschrijving stond vermeld linksaf, Hemrikerpad. En in voorgaande situatie stond de straatnaam alleen vermeld als er ook daadwerkelijk een straatnaambordje zichtbaar was.
We passeerden tweemaal een fietsknooppunt waar informatie over de Lippenhuisterheide en Hemrik vermeld stond. We volgden ook nog een traject van het Opsterlân paad, een ANWB fietsroute. Een bordje "Opengesteld" was in een boom vergroeid.

Na een brug over het Koningsdiep moesten we een smal pad langs dit riviertje volgen. "Als we maar niet over het smalle pad langs het Koningsdiep lopen" hoorde we de gastvrouw van ons overnachtingadres bij het ontbijt zeggen. Want we waren de vorige dag al in het naburige Gorredijk neergestreken op een adresje van de Stichting Vrienden op de Fiets. Groot was onze verbazing toen we hoorden dat de gastheer en gastvrouw verwoedde FLAL-lers waren. We hadden nog niet eerder overnacht op een adres van de Stichting Vrienden op de Fiets waarbij de gastheer en gastvrouw verwoedde wandelaars waren.
Maar terugkomende op het smalle pad langs het Koningsdiep, er was op dit pad een plek waar een deel van onder water stond. En daar was nu een pad omheen gemaakt. Maar dat pad had nu ook onder water kunnen staan en er was geen ruimte voor nog een extra pad. Het viel allemaal wel mee. Het stond wel onder water, maar je kon er nog goed overheen komen.
Dit pad langs het Koningsdiep was een heel mooi, haast schilderachtig pad en we maakten hier verscheidene foto’s. Daarop werd een groot golfterrein bereikt met de naam Lauswold en door het Wallebos liepen we weer terug naar finish. Nadat we drie km voor het einde ons tempo iets hadden opgeschroefd om nog een uurbus naar Heerenveen te kunnen halen, zakte het tempo een km voor het einde weer in. Want we constateerden dat het niet meer haalbaar was. Na 7 uur en 20 minuten werd de finish bereikt.
Bij de afmelding vernamen we dat we geen medaille kregen, maar wel een strip, die op de 3,50 euro kostende medaille met lang lint bevestigd kon worden. We kregen een wandelboekje waar alleen de lustrumtochten in konden worden afgetekend. Ook de lustrumtocht van de RWV kon hierin worden afgetekend. Voor die tocht van de RWV kan alleen bij voorinschrijving worden deelgenomen en de voorinschrijving is al gesloten. Bij deze tocht wordt, over 3 dagen verdeeld, een tocht van 100 km en een tocht van 80 km georganiseerd. Wij zagen deze dag twee wandelvrienden uit Noord-Holland, waarvan één van hen deze RWV tocht en alle overige lustrumtochten van de KNBLO-NL wilde lopen.
Bij het afmelden kregen we ook nog het dagprogramma-informatieboekje. We vonden de uitreiking van dit programma boekje wel aan de late kant, want bijna alle activiteiten waren al geweest. En omdat de sluiting om 17 uur was, was men ook al druk bezig met het opruimen van spullen.
Volgens de laatste informatie waren er ongeveer 1600 deelnemers. Er werden 5 afstanden georganiseerd. Naast de 25 en 35 km waren dat de afstanden van 5, 10 en 15 km. Een muziekgroep bij de finish speelde een voor ons heel bekend lied, namelijk Edelweis uit de film The Sound of Music.We hadden nu drie kwartier de tijd voordat onze eerstvolgende bus ons huiswaarts kon vervoeren. We zagen verschillende wandelaars erwtensoep eten. Toen wij dat rond kwart voor vijf ook besloten te doen, bleek de caissière zoek te zijn. Want je kon de erwtensoep zelf opscheppen. We hadden er echter geen moeite mee om de 1,75 euro kostende erwtensoep dan maar gratis op te eten. De erwtensoep smaakte prima.
Rond 17.00 begaven we ons, in gezelschap van een wandelaarster uit Steenwijk, ons naar de bushalte. Tot Heerenveen reisden we samen. Het gesprek kwam onder andere op Euraudax uit. Omdat zij de afgelopen jaren wel eens had meegelopen op een Euraudax-tocht, had zij een brief ontvangen, waarin werd uitgelegd waarom Euraudax voor dit jaar al haar tochten had afgelast. We hadden trouwens de twee organisatoren van de 100 km Euraudaxtocht vanuit Haarlem op deze wandeltocht gezien. Ze hadden nu, noodgedwongen, meer tijd om andere tochten te lopen.
Verschillende wandelaars vroegen of Coos er ook bij was. Dit was niet het geval. Als geboren Hagenees had zij de voorkeur gegeven om bij RS80 de tocht vanuit Scheveningen te lopen. Toen wij ’s-avonds voor het slapen nog even op www.bpol.nl keken, konden we nog van de wandeltocht nagenieten. De webmaster van deze site is de "hof-fotograaf" van FLAL-tochten en hij had zijn foto’s al online staan.
De wit/rode markeringen, die we onderweg zagen, waren van het Zevenwoudenpad. Deze L.A.W. loopt van Lauwersoog naar Steenwijk en is in totaal 147 km lang.
Henri Floor |
Klik HIER om naar de fotoreportage te gaan.Er zijn 66 foto's geplaatst.
21:09
Gepost door Henri Floor
in Vrije tijd |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: flal, flal, beetsterzwaag, henri |
Facebook
|
Met de FLAL vanuit de groene parel van Opsterland.
| | Met de FLAL vanuit de groene parel van Opsterland. |
Namens de KNBLO Wandelsportorganisatie Nederland (KNBLO-NL) heetten de wandelvereniging FLAL, De Trochsetters en Borneroord ons welkom op zaterdag 12 januari 2008 op de eerste van de 14 jubileumwandeltochten die dit jaar georganiseerd worden ter ere van het 100-jarig bestaan van de KNBLO-NL. De startplaats was Beetsterzwaag in de gemeente Opsterland. De bekendste plaats in de buurt van Beetsterzwaag is het iets noordelijke gelegen Drachten. Beetsterzwaag valt onder de gemeente Opsterland.De gemeente Opsterland telt 16 dorpen, te weten: Gorredijk, Ureterp, Beetsterzwaag, Bakkeveen, Lippenhuizen, Wijnjewoude, Nij Beets, Tijnje, Siegerswoude, Frieschepalen, Langezwaag, Terwispel, Hemrik, Luxwoude, Olterterp en Jonkersland en verder 14 buurtschappen te weten: Allardsoog, Grootwijngaarden, Haneburen, Heidehuizen, Hemrikerverlaat, Klein Groningen, Kortezwaag, Nieuwe Vaart, Selmien, Sparjebird, Uilesprong, Ureterp aan de Vaart, Vosseburen, WijnjeterpverlaatToen wij de startlocatie betraden en rondkeken hoe de inschrijfprocedure zou zijn kwam er een bestuurslid van de FLAL naar ons toegelopen. Ze zei tegen ons dat we door de verkeerde deur naar binnen waren gekomen. Nadat we ons inschrijfformulier hadden ingevuld zochten we achter de lange rij tafels waar wij ons verder konden inschrijven. Boven de tafels hingen de desbetreffende aanduidingen en na de eerste 4 tafels waar de afkorting IZA bij stond dachten we even dat we bij een verkeerde tocht waren. Want de afkorting IZA zei ons niks. Later hoorden we van een medewandelaar, dat het om een ziektekostenverzekering ging. De IZA had wandelaars, die bij hen waren aangesloten, gratis startbewijzen gegeven. Maar de wandelaar van wie we dit hoorden vulde aan, dat hij zijn aangevraagde startbewijs niet had ontvangen.Het was inmiddels 7.57 uur. Nog voordat we de juiste inschrijftafel hadden gevonden zei een medewerker dat je pas vanaf 8.00 uur kon inschrijven. Meteen daarna zei een bestuurslid van de FLAL, kom maar, dan schrijven we je wel in, want wat zijn nou 3 minuten.
We kregen een grote 8-hoekige startkaart waarop we privé gegevens en het startnummer konden vermelden. Ondergetekende had startnummer 401. Er waren tien vakjes op de startkaart waar we een controleknip in konden krijgen. We kregen er tijdens de wandeling echter maar 2. Deze hadden de vorm van een tulp en een hartje.

Twee leden van de werkgroep historische rondleiding Beetsterzwaag waren in klederdracht aanwezig om Beetsterzwaag te promoten. We kregen een mooie zwart-wit foto met op de achterkant internetadressen waarop uitgebreide informatie over Beetsterzwaag te vinden was.
Even na half negen werd het zo druk dat we naar buiten gingen. Hier stonden ook al talrijke wandelaars, die de warmte van binnen en de drukte ook niet meer prettig vonden. Tegen 9 uur kwamen de parkoersuitdelers van de 25 en 35 km naar buiten. Toen de man, die het 35 km parkoers uitdeelde werd bestormd, zei hij, denk er wel om dat ik 68 jaar ben. Hiermee hoopte hij dat de wandelaars wat voorzichtiger met hem zouden doen
De start van deze wandeling was vanuit ’t Trefpunt. Al na 20 meter sloegen we een bospad in. Door de Boslaan liepen we naar de Hoofdstraat. Het was zwaar bewolkt en daardoor was er nog te weinig licht om mooie foto’s te kunnen maken.
Door het park van de Tropische Kas werd Beetsterzwaag verlaten. Jonkheer Jan Anne Lycklama à Nijeholt werd in 1835 eigenaar van het huis dan nu bekendstaat als het Lycklamahûs. Zowel achter als voor het huis werd een tuin aangelegd. Omdat de tuin aan de voorzijde vanuit het huis gezien aan de overkant van de hoofdstraat was gelegen, werd deze overtuin genoemd. In deze overtuin werd in 1869 de nu nog aanwezige lessenaarskas (druivenkas) en een bloemenkas gebouwd. Deze bloemenkas is enige malen vernieuwd en verbouwd tot oranjerie om in de winter vorstgevoelige planten te kunnen bewaren.In de twintiger jaren werd deze oranjerie vervangen door de kas die nu bekend staat als de Tropische Kas te Beetsterzwaag. Deze kas is ruim 80 jaar oud en bezit ook enkele planten van bijna dezelfde leeftijd. Daarnaast omvat deze kas een gevarieerde collectie tropische planten.Verder is er een uitgebreide verzameling kuipplanten, waaronder een aantal fraaie citrusbomen van ruim 70 jaar oud. Deze planten overwinteren nu in een oranjerie die in 1984 is gebouwd. In 2004 is een vierde kas aan het complex toegevoegd, waarin bezoekers ontvangen kunnen worden.
Verder dwaalden we door het Roekebosch. Daarna volgde een lus door bosgebied Bovenveld.Zo kwamen we na een uurtje lopen bij Olterterp. Hier was een parkoerswijziging. Het leek er niet op dat de officiële route versperd was. Maar om de bekendste plek van Olterterp rechts te laten liggen kon natuurlijk ook niet. Want er stond hier een alleraardigst kerkje uit de 15e eeuw. Het was de Sint Hippolytuskerk. Boven de ingang van de kerk hing een kleurrijk wapen. In de kerk, die opengesteld was, hingen talrijke muurversieringen. Heel opvallend was de zandloper, die op de preekstoel stond en voor alle kerkgangers duidelijk zichtbaar was tijdens een kerkdienst. De voorganger werd er dan aan herinnerd dat zijn preek niet te lang mocht duren. Ook een deel van de vloer was van kunstwerken voorzien. Buiten de kerk stonden oude grafstenen.Middenin de bossen van Olterterp en toch vlakbij verschillende horecagelegenheden staat de Sint Hippolytuskerk van Olterterp. Aan zijn romantische ligging en fraaie interieur dankt de kerk ongetwijfeld zijn faam als ‘trouwkerk’ van Fryslân. Elke zomer is er een expositie van beeldende kunst. Een groep vrijgemaakt gereformeerden die zich heeft losgemaakt van het landelijke kerkgenootschap houdt ’s zondags twee keer een dienst in de kerk. De gotische kerk heeft naast de toren en koorafsluiting trapgevels. De kansel met zandloper uit 1780 toont op de vijf kuippanelen afbeeldingen van de vier Evangelisten en Mozes met de Tien Geboden. Mozes draagt de wetstafels, Mattheus is er met de engel, Markus met een leeuw, Lukas met een os en Johannes met een adelaar.
De familie van Boelens, sinds de 18e eeuw bewoners van het nabijgelegen Slot Boelens (tegenwoordig Huize Olterterp, hoofdkantoor van It Fryske Gea), schonk in 1744 500 gulden voor de bouw van de toren, waaraan een gedenksteen boven de ingang herinnert. Hun grote grafstenen en die van de aangetrouwde Lycklama à Nijeholts en de wapenborden zijn in de kerk opvallend aanwezig. Het Van Boelenswapen herkent u aan de eikeltjes en de vlasbloem, een herinnering aan het vlas dat hier verbouwd werd. Het kerkhof is omzoomd door oude beuken. In 1520 woont er al een boer Boele in Olterterp. Langzaam maar zeker breiden zijn nazaten hun bezittingen uit en worden ze steeds deftiger door goede huwelijken te sluiten, erfenissen te vergaren en verstandige aankopen te doen. Zijn nazaat Mr. Ambrosius Ayso van Boelens heeft rond 1795 bijna heel Olterterp in bezit. Ambrosius brengt het tot bestuurder: president van de rechtbank in Heerenveen, Tweede Kamerlid en Grietman van Opsterland. Hij laat op de plek, waar ooit de voorganger van de Hyppolituskerk stond, een privé-begraafplaats voor zijn familie aanleggen, toen het begraven in de kerk verboden werd.Even verderop werd Restaurant Het Witte Huis aan de Van Harinxmaweg bereikt. Hier was de rust voor alleen de 25 km lopers. Toen wij hier kwamen werd dat duidelijk gemaakt door informatie die op de asfaltweg met krijt was neer geschreven. Van achterop komers hoorden we, dat toen zij daar kwamen, samen met de 25 km lopers, niets meer van die informatie zagen en met de anderen wandelaars Het Witte Huis inliepen.
In de routebeschrijving van de 35 km stond weliswaar ook niet vermeld dat hier een rust was, maar de meeste wandelaars kijken daar niet op en als 25 en 35 km lopers door elkaar lopen dan gaat iedereen elkaar achterna.
Bovendien was de parkoersbeschrijving in combinatie met de bepijling zeer slecht te volgen. Hoewel de routebeschrijving genummerd was, waren de pijlen niet genummerd. En als je de routebeschrijving alleen bij problemen hanteert, dan weet je niet waar je in de routebeschrijving zit. We passeerden een bordje dat aangaf dat we nu over landgoed Olterterp Lauswolt liepen. In de bossen waren de parkoersen af en toe flink modderig. Daardoor werd de afstand, die we liepen, ook wat langer omdat we om die talrijke plassen heen moesten lopen. Eenmaal overkwam het ons dat de naastliggende sloot langs een bospad droger was dan het bospad.Aan de rand van de bossen zagen we verschillende keren Saksische boerderijen, zoals in buurtschap Heidehuizen.Op een splitsing liep een wandelaar uit het Veluwse Garderen een ander pad op. Hij keek nog achterom ten teken dat hij opzettelijk verkeerd liep. Later bleek dat hij naar het bosmeer het Witte Meer liep om daar een paar fraaie foto’s te maken.
Verder kwamen we langs een plek, dat bekend staat als het Zwarte Meer in het Hemrikkerveld. Wij hebben de plek niet precies kunnen vaststellen omdat we in dit gebied niet bekend zijn en omdat er in het Zwarte Meer geen water zit.Bij Hemrikkerhout staken we het Oud- of Koningsdiep over via het Hemrikkerpad
Langs de Hemrikkerscharren, een weilandengebied, liepen we verder naar boerderij Wildzangh.
Op 16,9 kilometer was de eerste grote rust in Hemrik. De afgelegde afstand hoorden we pas op de rust. Want op de routebeschrijving stonden helemaal geen afstanden vermeld. Alleen bovenaan het eerste blad stond dat het om het 35 km parkoers ging. Splitsingen waren trouwens erg onduidelijk aangegeven

Aan de rand van Hemrik kwamen we langs ’t Koetshuis. We vroegen ons af of Hemrik tot Beetsterzwaag wordt gerekend, want op 27 januari 2007 waren er formatiebesprekingen in ’t Koetshuis te Beetsterzwaag.
Buiten Hemrik kwamen we langs een oude machinefabriek. Er stond een oude machine met groot draaiwiel buiten die natuurlijk op de gevoelige plaat werd vastgelegd.
Bij Hemrikkerverlaat staken we de Opsterlandse Campagnonvaart over.De Opsterlandse Compagnonsvaart is een kanaal tussen de Nieuwe Vaart bij Gorredijk en de Drentse Hoofdvaart bij Smilde en maakt deel uit van de Turfroute. De lengte van het kanaal is 34 kilometer en loopt langs de dorpen Appelscha, Oosterwolde, Donkerbroek, Wijnjeterpverlaat, Hemrikerverlaat, Lippenhuizen, Gorredijk en Terwispel.Op het dak van een boerderij zat een heel mooie windvaan. Het stelde een jager voor. Een doodgeschoten haas hing aan een stok over zijn schouder. Ook een jachtgeweer en een jachthond waren duidelijk zichtbaar. Aan de vlaggenstok van een naastliggende boerderij wapperde een smalle en langwerpige Friese Vlag. Dit soort vlaggen zagen we bij talrijke boerderijen wapperen.Door de Wijken buurt, een gebied met weilanden en vaarten ten oosten van Jubbega, volgden wij enige wijken. Eerst was dat wijk 10. Later volgden we ook de wijken 5 en 4. Daarna liepen we door een bosgebied nabij Hoornsterzwaag.

Na een houten bruggetje liepen de meeste wandelaars bij punt 63 linksaf. De routebeschrijving gaf rechtdoor aan terwijl 2 pijlen met FLAL-opdruk naar links wezen. Zoals eerder al aangegeven kijken de meeste wandelaars alleen naar de pijlen. Toen we op 2 kort daarop volgende splitsingen geen pijlen zagen besloten we de routebeschrijving te raadplegen en stelden daarop vast waar we verkeerd waren gelopen. We liepen terug en volgden nu het pad na de brug rechtdoor. Bij een eerdere wijziging was aangegeven dat het om een parkoerswijziging ging, en dat stond nu niet vermeld. We liepen hierdoor nog door een fraai natuurgebiedje. Hierin lag nog een klein meertje dat iets overgelopen was op het pad.
In het centrum van Jubbega kwamen we langs het standbeeld van Paulus JakjePaulus Jakje (22 juli 1878 - 21 maart 1944)
'Paulus Jakje' werd op 22 juli 1878 te Jubbega geboren als zoon van Tjalke Blauw en Grietje Jonker. Paulus was eerst getrouwd met Willemke Jonker die al op 22-jarige leeftijd overleed. Hun zoontje Tjalke werd slechts twee jaar oud. Berendina Drent was zijn tweede vrouw; dit huwelijk werd in 1928 ontbonden. Daarna kwam Ietsje Blaauwbroek bij hem wonen. Zij had al een zoon uit haar huwelijk met Lubertus Blaauw. Samen kregen ze drie kinderen, die echter niet op naam van Paulus kwamen, omdat Ietsje niet gescheiden was.
Paulus was wel eens voor korte tijd arbeider, maar probeerde over het algemeen de kost te verdienen met harmonikaspelen. Hij kende zijn klanten wel en wist zijn repertoire daarop af te stemmen. Zo wisselden geestelijke liederen en straatdeuntjes elkaar af.
Op 15 november 1937 verhuisden ze naar Nieuwehorne en kwamen daar te wonen bij de oude ijsbaan. Hij overleed op 21 maart 1944 op 65-jarige leeftijd. Ietsje overleed in 1979.We vroegen ons af of Paulus Jakje familie was van Kortjakje. Want wie kent niet onderstaand kinderlied van Kortjakje:

Midden in de week maar 's zondags niet
's Zondags gaat zij naar de kerk
Met een boek vol zilverwerk
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
Midden in de week wil zij niet wassen
's Zondags strikt ze herendassen
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
's Zondags als haar liefste komt
Is Kortjakje goed gezond
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
Buiten Jubbega kwamen we langs een fabriekje, waar skicabines werden gemaakt. We konden ons niet voorstellen, dat dit lonend kon zijn, omdat er lange transportkosten zijn. Want Nederland telt niet veel skibanen. Maar buiten stond een skicabine opgesteld. Over een fietspad langs de verkeersweg Leane liepen we naar buurtschap Vosseburen. Hier staken we de Opsterlandse Compagnonsvaart over.

Langs de Lippenhuizerverlaat kregen we uitzicht op de watertoren van Lippenhuizen.De watertoren in Lippenhuizen werd gebouwd in 1932 door de I.W.G.L. en de Bredasche Beton Mij. De watertoren heeft een hoogte van 44,25 meter en heeft twee waterreservoirs van elk 300 m3. De inhoud is dezelfde als de inhoud van de watertoren van Harlingen. De toren heeft een tentdak van koper (door corrosie lichtgroen uitgeslagen) met acht zijden, gelijk aan de watertoren van Harlingen en de watertoren van Bolsward.We volgden hier ook nog een traject van de Veen en Wouden ANWB auto route. Op de afbeelding van de routeborden viel de afbeelding van een klokkenstoel heel duidelijk op.
Over een lang betonfietspad moesten we op een viersprong linksaf. Bij de eerste twee viersprongen stonden helemaal geen pijlen. Dan ga je je toch al zorgen maken of je nog wel goed liep. Maar daarna stonden twee ondersteuningspijlen. Op de derde viersprong waren ook geen pijlen te bekennen. Pas bij de vierde viersprong konden we opgelucht adem halen. En dan te bedenken dat wandelen zo rustgevend moet zijn.
Wel moeten we aantekenen dat in de parkoersbeschrijving stond vermeld linksaf, Hemrikerpad. En in voorgaande situatie stond de straatnaam alleen vermeld als er ook daadwerkelijk een straatnaambordje zichtbaar was.
We passeerden tweemaal een fietsknooppunt waar informatie over de Lippenhuisterheide en Hemrik vermeld stond. We volgden ook nog een traject van het Opsterlân paad, een ANWB fietsroute. Een bordje "Opengesteld" was in een boom vergroeid.

Na een brug over het Koningsdiep moesten we een smal pad langs dit riviertje volgen. "Als we maar niet over het smalle pad langs het Koningsdiep lopen" hoorde we de gastvrouw van ons overnachtingadres bij het ontbijt zeggen. Want we waren de vorige dag al in het naburige Gorredijk neergestreken op een adresje van de Stichting Vrienden op de Fiets. Groot was onze verbazing toen we hoorden dat de gastheer en gastvrouw verwoedde FLAL-lers waren. We hadden nog niet eerder overnacht op een adres van de Stichting Vrienden op de Fiets waarbij de gastheer en gastvrouw verwoedde wandelaars waren.
Maar terugkomende op het smalle pad langs het Koningsdiep, er was op dit pad een plek waar een deel van onder water stond. En daar was nu een pad omheen gemaakt. Maar dat pad had nu ook onder water kunnen staan en er was geen ruimte voor nog een extra pad. Het viel allemaal wel mee. Het stond wel onder water, maar je kon er nog goed overheen komen.
Dit pad langs het Koningsdiep was een heel mooi, haast schilderachtig pad en we maakten hier verscheidene foto’s. Daarop werd een groot golfterrein bereikt met de naam Lauswold en door het Wallebos liepen we weer terug naar finish. Nadat we drie km voor het einde ons tempo iets hadden opgeschroefd om nog een uurbus naar Heerenveen te kunnen halen, zakte het tempo een km voor het einde weer in. Want we constateerden dat het niet meer haalbaar was. Na 7 uur en 20 minuten werd de finish bereikt.
Bij de afmelding vernamen we dat we geen medaille kregen, maar wel een strip, die op de 3,50 euro kostende medaille met lang lint bevestigd kon worden. We kregen een wandelboekje waar alleen de lustrumtochten in konden worden afgetekend. Ook de lustrumtocht van de RWV kon hierin worden afgetekend. Voor die tocht van de RWV kan alleen bij voorinschrijving worden deelgenomen en de voorinschrijving is al gesloten. Bij deze tocht wordt, over 3 dagen verdeeld, een tocht van 100 km en een tocht van 80 km georganiseerd. Wij zagen deze dag twee wandelvrienden uit Noord-Holland, waarvan één van hen deze RWV tocht en alle overige lustrumtochten van de KNBLO-NL wilde lopen.
Bij het afmelden kregen we ook nog het dagprogramma-informatieboekje. We vonden de uitreiking van dit programma boekje wel aan de late kant, want bijna alle activiteiten waren al geweest. En omdat de sluiting om 17 uur was, was men ook al druk bezig met het opruimen van spullen.
Volgens de laatste informatie waren er ongeveer 1600 deelnemers. Er werden 5 afstanden georganiseerd. Naast de 25 en 35 km waren dat de afstanden van 5, 10 en 15 km. Een muziekgroep bij de finish speelde een voor ons heel bekend lied, namelijk Edelweis uit de film The Sound of Music.We hadden nu drie kwartier de tijd voordat onze eerstvolgende bus ons huiswaarts kon vervoeren. We zagen verschillende wandelaars erwtensoep eten. Toen wij dat rond kwart voor vijf ook besloten te doen, bleek de caissière zoek te zijn. Want je kon de erwtensoep zelf opscheppen. We hadden er echter geen moeite mee om de 1,75 euro kostende erwtensoep dan maar gratis op te eten. De erwtensoep smaakte prima.
Rond 17.00 begaven we ons, in gezelschap van een wandelaarster uit Steenwijk, ons naar de bushalte. Tot Heerenveen reisden we samen. Het gesprek kwam onder andere op Euraudax uit. Omdat zij de afgelopen jaren wel eens had meegelopen op een Euraudax-tocht, had zij een brief ontvangen, waarin werd uitgelegd waarom Euraudax voor dit jaar al haar tochten had afgelast. We hadden trouwens de twee organisatoren van de 100 km Euraudaxtocht vanuit Haarlem op deze wandeltocht gezien. Ze hadden nu, noodgedwongen, meer tijd om andere tochten te lopen.
Verschillende wandelaars vroegen of Coos er ook bij was. Dit was niet het geval. Als geboren Hagenees had zij de voorkeur gegeven om bij RS80 de tocht vanuit Scheveningen te lopen. Toen wij ’s-avonds voor het slapen nog even op www.bpol.nl keken, konden we nog van de wandeltocht nagenieten. De webmaster van deze site is de "hof-fotograaf" van FLAL-tochten en hij had zijn foto’s al online staan.
De wit/rode markeringen, die we onderweg zagen, waren van het Zevenwoudenpad. Deze L.A.W. loopt van Lauwersoog naar Steenwijk en is in totaal 147 km lang.
Henri Floor |
Klik HIER om naar de fotoreportage te gaan.Er zijn 66 foto's geplaatst.
21:09
Gepost door Henri Floor
in Vrije tijd |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: flal, flal, beetsterzwaag, henri |
Facebook
|
05-12-07
FLAL Brinkzicht wandeltocht vanuit Zuidlaren
| | FLAL Brinkzicht wandeltocht vanuit Zuidlaren |
Op zaterdag 1 december 2007 organiseerde de FLAL een wandeltocht vanuit Zuidlaren. De start was vanuit één van de zalen van café restaurant de Gouden Leeuw tegenover de Grote Brink die centraal ligt in het centrum. In deze zaal stonden alleen hoge barkrukken en dat is voor veel wandelaars niet ideaal. Maar je bent al blij dat je een goede startgelegenheid hebt. Er kon gekozen worden voor de afstanden van 25 of 35 km. Wij kozen het 35 km parkoers.Tynaarlo is de nieuwe naam van de gemeente Zuidlaren. De gemeente is in 1998 ontstaan door de samenvoeging van de gemeenten Zuidlaren, Eelde en Vries. Aanvankelijk heette de gemeente Zuidlaren, maar na protesten vanuit de voormalige gemeenten Vries en Eelde werd besloten een meer neutrale naam te kiezen, namelijk die van het relatief kleine dorp dat tussen de drie grootste dorpen in ligt. Tynaarlo is een Millennium Gemeente. Een Millenniumgemeente is een Nederlandse gemeente die meedoet met een landelijke, door VNG-International opgezette, actie om mee te helpen om de acht door de VN in 2000 (millennium) opgestelde millenniumdoelstellingen voor 2015 te halen. VNG is de afkorting van Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
In een periode met veel regen waren we verwachtingsvol hoe deze dag zou verlopen. De weersvoorspelling was aanvankelijk vrij slecht. Maar op het allerlaatste moment wijzigde dit toch in vrij gunstig. Maar een groot aantal wandelaars hebben dat niet vernomen gezien de toch ietwat tegenvallende deelname van 433 wandelaars.Bij de start was het nog net droog. Maar vlak daarna begon het toch ietwat te regenen. Dat was niet veel en het duurde niet lang. Maar daardoor hadden we het eerste uur wel het fototoestel veilig opgeborgen. Voor de start waren we trouwens nog even het dorp ingelopen en hadden daar nog wel een paar foto’s gemaakt.
Na een kort stratenparkoers, waarbij we onder andere op korte afstand langs een grote kerk kwamen, werd de noordkant van Zuidlaren bereikt. Hier vervolgden we ons parkoers westwaarts. We liepen hier langs een paar kleine meertjes. Het Zuidlaardermeer hebben we echter niet gezien.
Na een viaduct onder de N34 bij Westlaren liepen we naar camping De Vledders. Vlak voor Schipborg sloegen we af en bereikten daarop het riviertje Drentsche Aa. Bij Herberg Drentsche Aa staken we de Drentsche Aa.
Nergens in Nederland vind je een beek als de Drentsche Aa. Kronkelend haar weg zoekend door het landschap, zoals zij dat al eeuwen en eeuwen gedaan heeft. Een beekstelsel bestaande uit meerdere beeklopen met namen als het Looner diep, Oudemolensche Diep en Gastersche Diep. Samen vormen ze de Drentsche Aa. De Drentsche Aa vormde het landschap. De mens heeft hier duizenden jaren lang gebruik van gemaakt. Elders werden de beken langs de liniaal rechtgetrokken om keurige rechte afwateringskanaaltjes te worden. De Drentsche Aa kon gelukkig rustig haar gang blijven gaan. Hier nam de mens het landschap letterlijk en figuurlijk voor wat het waard was. Met de beek is ook het oude, typisch Drentse esdorpenlandschap bewaard gebleven: de saksische boerderijen rond de brink, de akkers op de bolle essen, de hoger gelegen velden en de hooilanden en weilanden in het lager gelegen beekdal. Het resultaat is het best bewaarde beek- en esdorpenlandschap van West-Europa. Sinds december 2002 behoort het gebied tot één van de twintig Nationale Parken van Nederland
Toen Nederland koos voor het inrichten van Nationale Parken, stond ook het Drentsche Aa landschap regelmatig op het lijstje. Het Drentsche Aa gebied heeft echter binnen haar grenzen 16 dorpen en gehuchten en bestaat voor meer dan de helft uit landbouwgrond.
Omdat de functies landbouw en wonen in een Nationaal Park duidelijk ondergeschikt zijn aan de natuur, was zo'n Nationaal Park in traditionele zin voor de Drentsche Aa geen optie. Zo ontstond het plan voor een bijzonder Nationaal Park: het 'Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa' dat de eigen sfeer en identiteit zou kunnen behouden. De grenzen van het gebied worden gevormd door de driehoek Assen-Gieten-Glimmen. Het gaat in totaal om ruim tienduizend hectare waarvan ongeveer eenderde natuurgebied is.
Het Nationaal Park Drentsche Aa beschikt niet over een bezoekerscentrum. In plaats daarvan is een informatienetwerk van gecertificeerde Drentsche Aa gastheren en gastvrouwen opgezet. Deze, veelal gebiedsondernemers, vindt u verspreid over het Nationaal Park.
Bij het volgende riviertje (of moet ik beekje zeggen) bereikten we de Zeegserloop. We staken het over en kregen even verder weer een verharde weg onder de voeten. Dat was een traject van de Hunebedstraat. Deze straat loopt van Zeegse naar Tynaarlo. Het hunebed lag aan de kant van Tynaarlo, maar we zagen dit hunebed niet liggen.We kwamen vrij dicht langs de spoorlijn Zwolle-Groningen en dwaalden verder door de Zuider Esch naar buurtschap Zeegse. Ons parkoers raakte hier tweemaal de heenroute. Er waren nog best wel veel achterliggers. Maar dat konden wel 25 km lopers zijn die bij de start een andere route volgden als de 35 km lopers. We liepen in Zeegse eerst nog om de Noorder Esch heen alvorens de eerste rustpost te bereiken. Deze was gelegen aan de achterkant van een groot gebouw. In de routebeschrijving werd geen informatie gegeven om wat voor soort gebouw het ging. Maar we konden er in ieder geval wat warms drinken.
Bij Zeegse liepen we door bosgebied van het vormingscentrum Vredeveld. We staken de Schipborgerdiep over. Dit riviertje verandert van naam afhankelijk door of langs welke plaats het loopt. Wat zuidwaarts ging het riviertje over in de Oudemolensche Diep. We staken dit riviertje via een hoge brug over met maar aan één zijde een leuning. Hierna was de splitsing met de 25 km.
We volgden het beekdal langs de Oudemolensche Diep. Over een plankenpad, waarbij we het Anlooërdiepje kruisten bereikten we de Gasterense Duinen. Het inmiddels zonnige weer zorgde voor fraaie natuurschakeringen over de prachtige heidevelden. In dit gebied werd het eerste hunebed gepasseerd.
Langs het Voorste Veen met diverse meertjes werd Gasteren bereikt en doorkruist. Want zo groot was Gasteren nu ook weer niet. We zagen deze dag ook weer veel grote boerderijen. De één was nog mooier dan de andere. Buiten Gasteren kwamen we langs een uitgehouwen stoeltje in een tot op één meter boven de grond afgezaagde boom.Gasteren ligt midden in het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa en is een karakteristiek brinkdorp op de Drentse zandgronden. Het wordt gekenmerkt door de vele Saksische boerderijen. In tegenstelling tot veel andere delen van Drenthe, heeft ook het landschap hier grotendeels de oorspronkelijke vorm behouden. De marke van Gasteren bestaat uit essen, heidevelden (Gasterse Duinen, Balloërveld), enkele kleine bospercelen (Gastersche Holt), en groenlanden langs de beken (het Gastersche of Gasterensche Diep, beter bekend als de Drentsche Aa, en het Anlooër Diepje). In de Gasterse Duinen is een hunebed te vinden. Langs het stroomgebied van het Anloërdiepje liepen we langs beide zijden. Bij een verkeersweg staken we het Anloërdiepje over voordat we aan de andere zijde verder langs het stroomgebied van het Anloërdiepje liepen.We kregen nog uitzicht op de grote kerktoren van de Romaanse kerk van Anloo. We vonden dit een heel opvallende kerktoren. Maar zo bijzonder was deze toch ook weer niet. Want op onze thuisreis via Groningen kwamen we met de bus door Haaren, waar we een soortgelijke kerktoren zagen. Anloo is een zeer goed bewaard gebleven brinkdorp met veel monumentale Saksische boerderijen. Bezienswaardig is verder de Nederlands Hervormde Magnuskerk, een romaanse kerk die grotendeels is opgetrokken uit tufsteen. De kerk dateert uit de 11e eeuw en is daarmee een van de oudste kerken van Drenthe. Mede om de instandhouding van de kerk te kunnen bekostigen, wordt elk jaar rond 19 augustus, de feestdag van Sint-Magnus, een etstoeldag gehouden. Op deze dag wordt een 17e-eeuwse rechtszitting van de etstoel nagespeeld, waarbij het dorp geheel in de sfeer van die tijd gebracht wordt.
Magnus van Trani was in de eerste helft van de derde eeuw bisschop van de Zuid-Italiaanse havenstad Trani. Hij stierf de marteldood en werd later heilig verklaard. Zijn feestdag is op 19 augustus. Magnus van Trani is medepatroon van de Kerk der Friezen in Rome.Daarop werd boswachterij Schipborg bereikt. In deze boswachterij en in het Kniphorster bos werd het tweede hunebed bereikt. We liepen hier op korte afstand langs het plaatsje Annen.Midden in de oude dorpskern van Annen ligt een grasbrink, wat kenmerkend is voor dorpen in de omgeving. De brink van Annen is de grootste grasbrink van Europa.
Nadat we een drukke verkeersweg hadden overgestoken dwaalden we nabij buurtschap Schuilingsoord nog door het Weringhbos. Inmiddels hadden we de zuidkant van Zuidlaren bereikt en kwamen eerst langs de nieuwe begraafplaats van Zuidlaren, even later gevolgd door de oude begraafplaats van Zuidlaren. Het was opvallend, dat om de nieuwe begraafplaats helemaal geen hek stond, hetgeen je maar zelden ziet. Om de oude begraafplaats stond grotendeels een beukenheg.Na 6½ uur lopen werd de finish bereikt. We liepen nog even naar het monument van het paard met de twee veehandelaren. ’s-Ochtends hadden we daar foto’s van gemaakt, maar toen was er weinig licht. Thuisgekomen bleek dat die foto’s ook niet scherp waren geworden. Maar nu hadden we een herkansing. Hier troffen we nog twee wandelvrienden uit Noord-Holland die op weg waren naar hun auto. Ze waren bereidwillig om voor het monument te poseren.
Het was een hele mooie wandeling geworden met veel onverharde wegen en paden. Door de regenval van de voorgaande dagen lagen er veel plassen op de paden. Daardoor was het een flink gemanoevreer om de talrijke plassen. Vaak was het hierdoor ook flink modderig en glad. Het weer had zich van zijn goede kant laten zien. Na de ietwat lichte regen in het eerste uur, was het verder opgeklaard. En in de middag was het slechts licht bewolkt waardoor we veel zonneschijn hebben gehad. Deze tocht mag best tot een topper gerekend worden.
Zuidlaren is trouwens ook bekend van Berend Botje. De tekst van het liedje luidt:Berend Botje ging uit varen
Met zijn bootje naar Zuidlaren
De weg was recht, de weg was krom
Nooit kwam Berend Botje weerom
Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven
Waar is Berend Botje gebleven?
Hij is niet hier, hij is niet daar
Hij is naar Amerika.
Henri Floor |
Klik HIER om naar de fotoreportage te gaan.Er zijn 45 foto's geplaatst.
13:59
Gepost door Henri Floor
in Vrije tijd |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: flal, zuidlaren, henri, 011207 |
Facebook
|
21-11-07
171007 De FLAL-Satellieten wandeltocht vanuit Kollum
| | De FLAL-Satellieten wandeltocht vanuit Kollum |
Op zaterdag 17 november 2007 organiseerde de FLAL een wandeltocht vanuit Kollum. De start was vanuit zalencentrum De Colle gelegen aan de Kerkstraat 4. Wij waren de vorige dag al “neergestreken” in Kollum. Toen wij op zoek waren naar een restaurant zagen we enige fraaie gebouwen in Kollum, waar de 25 km lopers ook langs zouden komen. Daarop besloten we voor de start het dorp in te lopen om alvast een paar foto’s maken. Vlakbij de start hadden we uitzicht op de Hervormde St. Maartenskerk.We verlieten Kollum in de richting van Kollumeroudzijl. Langs de kant van de weg stonden fraaie boerderijen
Bij Kollumeroudzijl volgden we de N358 over een parallelweg. Dit was ook een traject van de ANWB autoroute Lauwersland. Voor een monument van een zittende man sloegen we af in de richting vanKollumerpomp, Warfstermolen en de Slikstaete-camping annex Bêd en Brochje.Het verzetsmonument in Kollumerpomp (gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland) is een wit natuurstenen beeld van een zittende mannenfiguur met in zijn rechterhand een geweer. Tussen zijn knieën staat een jong meisje. De linkerhand van de man rust beschermend op de schouder van het kind. Man en kind kijken blij, maar waakzaam vooruit over het Friese land. Links op de zetel van de man is het wapen van de gemeente Kollumerland aangebracht en rechts het wapen van de provincie Friesland. Achterop de zetel is een afbeelding van de Nederlandse Leeuw ingebeiteld. Het beeld is geplaatst op een zuil van oude kloostermoppen, waarin een oorkonde is gemetseld. Ook is onder aan de zuil een witte natuurstenen band met opschrift ingemetseld. Het beeld is 2 meter 30 hoog, 98 centimeter breed en 1 meter 12 diep. De zuil is 2 meter 80 hoog.Nabij de camping volgden we een zand/grintweg waarop talrijke grote plassen lagen. Hier werden door wandelaars talrijke foto’s gemaakt van weerspiegelende wandelaars in de plassen. We staken het Pompsterried over en kregen weer uitzicht op Kollum. We kwamen langs een watergemaal warvan niet duidelijk was waarvoor het precies diende.De oude slenk de Pompsterried is een uitloper van de Lauwerszee. De oostwest verlopende lijn waarop De Pomp ligt is een zeedijk uit de 14de eeuw. Op de plaats van De Pomp loopt een Ryd (tegenwoordig Ried) door de dijk. Toen de dijk er nog niet was, zorgde deze Ryd voor de waterafvoer op de Waddenzee. Langs de gehele Fries-Groningse kust tot in Oost-Friesland toe, vind je de benaming Ryd voor deze natuurlijke, door de zee in het slik uitgesleten afwateringen. Het begrip Pomp of Pump, Pumpe of Pomper (afhankelijk van het taalgebied) is een oude benaming voor een waterdoorlaat door een dijk of onder een weg. Tegenwoordig heet het een duiker.
De Pomp maakte waterverplaatsing mogelijk van de ene kant van de doorstroombelemmering naar de andere kant. Het oude gezegde 'Door de pomp gaan' (van mening veranderen) is hiervan afgeleid. De meest eenvoudige doorlaat had aan de zeekust vaak een eenvoudige vloedklep. Bij eb werd het water vanzelf op eigen stroom afgevoerd. Bij vloed echter drukte het opkomende water de klep dicht. Het Ried kreeg later de naam Pompsterryd en stroomt nog steeds door het landschap.
Ons pad voerde verder over de Hessenweg naar de N355 verkeersweg. Verschillende keren kregen we uitzicht op de paraboolantennes van Burum. Bij de N355 volgden we de parallelweg naar Burum. In Burum kwamen we langs de school voor gereformeerd lager onderwijs. Tegenover een kerk stond in de tuin van een huis een soort houten pop van boomstammen. Tijdens het fotograferen hiervan werd ik zelf gefotografeerd. Voor de kerk lag een oude begraafplaats. Sommige grafstenen werden ondersteund. Langs een paar miniatuurmolens van ongeveer 2 meter hoogte werd de (jacht-)haven van Burum bereikt. En even verderop was in Molen de Windlust de wagenrust ingericht.
Vlakbij stond een oud, roodgekleurd kerkgebouw met bovenop een haan. Daardoor waren we van mening dat het om een protestantse kerk ging. Later zagen we aan de andere kant van de kerk een afbeelding op een zijmuur van Villa Kakelbont. Boven de hoofdingang stond Gereformeerde Kerk Burum. Dan kan haast ook niet anders als er in de plaats een gereformeerde school voor lager onderwijs is.
Toen we op een bankje bij de molen onze consumptie opdronken en wat aten, haalde de man die naast mij zat, zijn fototoestel te voorschijn. Er kwamen enige heel bekende wandelaars aangelopen en die legden wij ook op de gevoelige plaat vast.Burum heeft ongeveer 625 inwoners. Het dorp heeft een dorpshuis (Toutenburg), een christelijke basisschool (Op de Hoogte), grondstation voor satellietcommunicatie van Xantic, een hervormde kerk met mooie toren, een beeldentuin en de koren- en pelmolen Windlust. Deze verrijkt het silhouet van Burum. Al in 1694 wordt een molen op deze plaats vermeld. De huidige molen dateert uit 1787 en is vele malen hersteld en gerestaureerd. In een oorkonde uit 1408 wordt voor het eerst het dorp Burum genoemd, monnikenlatijn voor het woord 'buren'. Burum is een terpdorp, in de vroege Middeleeuwen ontstaan op een kwelderwal.
Na de verzorgingspost volgden we weer een traject van de ANWB Lauwersland autoroute. We kregen opnieuw uitzicht op de paraboolantennes. Met die paraboolantennes kan kontakt gemaakt worden met satellieten in de ruimte. De grootste paraboolantenne had een doorsnee van 32 meter. Bij een afslag was een markering van Historische wandelpaden (Kollum 7,5 kilometer, Visvliet 3,5 kilometer en Warfstermolen 1,5 kilometer)Daarop werd It Greate Ear (Grondstation voor satellietcommunicatie) bereikt. We hoorden veel wandelaars zeggen dat alle paraboolantennes dringend een wasbuurt nodig hadden. Oordeel zelf maar bij het zien van de foto's. it Greate Ear
...Grondstation voor satellietcommunicatie...
...Station 12...Xantic BV Satellite Earth Station...
Stratos Burum Teleport
..in de Burumer volksmond blijft het "it Greate Ear" (het grote oor) heten.
Op het 25 ha. grote terrein staat een communicatiecentrum met o.a. paraboolantennes die aanvankelijk kolossaal van omvang, maar naarmate de tijd voortschreed kleiner en kleiner werden.
In het grondstation (tegenwoordig teleport geheten) wordt, via het gewone telefoonnet en straalzenders, het Europese en intercontinentale verkeer vanuit Nederland en een aantal omliggende landen verzameld. Het station functioneert daarbij als "toegangspoort". Antennes stralen het verkeer op naar één van de boven de aarde hangende satellieten. Op tal van plaatsen in de wereld zijn soortgelijke stations gevestigd, die dit verkeer weer opvangen en via het eigen kabelnet doorzenden naar de uiteindelijke bestemming.
We sloegen op een gegeven moment scherp rechtsaf. Dat was vlak nadat twee wandelvrienden uit Noord-Holland ons gepasseerd waren. Er was hier een mogelijkheid om over gras af te steken. Dat deden wij dan ook. Dat zagen de twee hiervoor genoemde wandelaars en ze maakten de nodige opmerkingen. Ze vonden dat wij toch minimaal dit gebeuren in ons wandelverslag moesten opnemen.We liepen een kort stuk tegengesteld van de heenroute. Toen we hier op de heenweg liepen, zagen we al de eerste snelle wandelaars ons tegemoet komen. We liepen nu over de straat De Goudberg in buurtschap Augsbuurt. Maar aan het eind van de weg troffen geen berg met goud aan.Augsbuurt is een klein komdorp van middeleeuwse oorsprong dat in 1654 / 1656 aan de toen gegraven Stroobosser Trekvaart kwam te liggen. Het is het kleinste dorp van de gemeente met nog geen 75 inwoners. In Augsbuurt springt de voormalige N.H. kerk in het oog. Ongeveer op de standplaats van het huidige gebouw stond al in 1347 een kapel. De kerk is gebouwd in 1782 ter vervanging en wellicht op de grondslagen van de oudere. Hij doet nu dienst als Muziekkapel. Het is een eenvoudig bakstenen gebouw met een nieuwe toren (1917). Gedurende het winterseizoen wordt er iedere zondagmiddag gemusiceerd, ook worden er exposities gehouden. Er zijn verder geen voorzieningen. Hiervoor zijn de inwoners op bijvoorbeeld Kollum aangewezen.
Door gehucht Zevenhuizen liepen we weer terug naar Kollum. Daarbij passeerden we de Kollumer zuivelboerderij. In Kollum kwamen we langs een geheel blauw gekleurd huis. Voor sportvelden sloegen we af en na de ijsbaan van Kollum, die er vrij nat bij lag, bereikten we de eerste grote rust. Deze was gelegen in de kantine van de Kollumer Tennis Club. We lieten ons de erwtensoep met schijfjes worst goed smaken.
Buiten Kollum kruisten we de N358. Op een grote boerderij waar we langs kwamen stond de tekst Tadema State.
Over het betonpad de Fogelsanghloane werd koers gezet naar museum Fogelsangh State te Veenklooster/Feankleaster. In de tuin van een boerderij stond een zelfgemaakte ark van Noach.
Over de Brink van Veenklooster liepen we naar het Lytse Slot. Fogelsangh State te Veenklooster is eigenlijk geen museum, maar een opengesteld particulier buitenhuis. Sinds de bouw in 1646 is het in particuliere handen geweest, het vererfde steeds, werd nooit verkocht en is nu eigendom van Kyra Livia baronesse van Harinxma thoe Slooten die het vruchtgebruik van het huis heeft ondergebracht in de “Stichting Fogelsangh State”. Het huis staat op of nabij de plek waar in de 12de eeuw een Praemonstratenser klooster heeft gestaan, de Olijfberg. Over dit klooster is weinig bekend. Volgens de kronieken zouden er bij de watervloed in 1287 twintig nonnen zijn verdronken. In 1480 werd er melding gemaakt van het feit dat de Prior van de Olijfberg uit het convent Cusemar in Groningen vijf jonkvrouwen had geroofd. In 1580, ten tijde van de reformatie, wordt het klooster, zoals alle kerkelijke bezittingen, geconfisceerd en wordt het eigendom van de Staten van Friesland. In 1639 wordt het door Theodorus van Fogelsangh gekocht en in 1646 gaat het naar diens broer Pibo Doma, die zich niet Fogelsangh, maar naar zijn moeder Doma noemt. Het schilderij van Pibo Doma, met het net ondertekende koopcontract op tafel, geschilderd in 1667 door Pieter Nason, hangt in de Hall.
Aan de Kleasterwei staat het herenhuis “Villa Nova”, dat door de inwoners van Veenklooster 'het lytse slot' (het kleine slot) wordt genoemd. Het werd in 1870 gebouwd voor Anna Adriana van Halteren, de weduwe van baron van Heemstra. De voorgevel van het witte herenhuis doet sterk denken aan de voorgevel van Fogelsanghstate. In 1985 overleed de laatste adellijke bewoonster, Catharine Adeline van Welderen, baronesse Rengers. Het huis wordt nu deels bewoond en doet deels dienst als expositieruimte.Aan de rand van Veenklooster sloegen we af over een zandweg, Ulkeloane genaamd. De zon was inmiddels gaan schijnen en deze zorgde voor mooie kleurschakeringen. Daarop werd buurtschap Triemen bereikt.Het gehucht “Triemen” vormt sinds 1940 een zelfstandige eenheid binnen de gemeente, daarvoor viel het onder het noordelijk gelegen Westergeest. Het dorp heeft nu bijna 375 inwoners, een dorpshuis (De Bazuin) en een christelijke basisschool (De Bining). De Triemen wordt het eerst genoemd in een oorkonde van 1467, de naam Trema, hetgeen zeewering betekent. Het ligt aan het Lykpaed. Het Lykpaed loopt vanaf de Dôlle naar de Strobossertrekweg.Op weg naar Westergeest kwamen we langs een Bioresonantiepraktijk. Wij kenden het woord bioresonatie geheel niet. Later, toen we thuis kwamen bracht Google uitkomst.De Bioresonantie is een geneesmethode waarbij het lichaam herstelt door middel van de juiste afstemming van externe en lichaamseigen informatie. De Bioresonantie therapie biedt de mogelijkheid om de grondoorzaken van uw gezondheidsklachten op te sporen en deze te behandelen. De therapie ziet het afweer- (immuun) systeem van het lichaam, organen, weefsels, beenderen van het lichaam als een aanééngesloten keten is die één geheel vormt. Verstoring in één schakel van deze keten kan tot onbalans leiden van de hele keten (het lichaam) en klachten en /of pijnen kan veroorzaken. Een ziekte is een verstoord evenwicht van ons afweersysteem wat vaak wordt veroorzaakt door meerdere oorzaken. Worden deze oorzaken van de verstoringen weggenomen, dan verdwijnen meestal de klachten door het zelfherstellend vermogen van het lichaam.
We staken een kanaal over en in Westergeest werd camping De Greidpôlle bereikt. Op het toegangspad stond een meisje van een jaar of 8 die ansichtkaarten van de camping uitdeelde.Op camping De Greidpôlle troffen we twee organistoren van de Gietense tweedaagse. We vroegen hen wanneer deze in 2008 was. Het was gelukkig niet op 14 juni 2008, want dan is er Rondje Texel. Zij vonden dat we deze tocht niet konden lopen, omdat we dan naar Maarssen moesten gaan vanwege één van de lustrumtochten van de KNBLO. Daarop zeiden we dat WS78 de lustrumtocht voor de KNBLO vanuit Lelystad zou organiseren op 18 oktober 2008. Daarop zeiden zij, dat ze dan niet konden omdat de FLAL dan een tocht heeft. We maakten hen er op attent, dat ze dan niet consequent waren als je wel de lustrumtocht van de KNBLO vanuit Maarssen moet lopen en niet de lustrumtocht van de KNBLO vanuit Lelystad.
We liepen Westgeest uit. Daarop kwamen we langs camping Oané Swemmer dat gelegen is aan het Nieuwe Zwemmer kanaal. Over het Prellepaed werd koers gezet naar Oudwoude. We liepen in Oudwoude alleen door het noorderlijke gedeelte van de plaats.Oudwoude ligt op de noordelijke rand van de Wouden, waar dit landschap overgaat in het landschap van de voormalige kwelders. Het dorp heeft 839 inwoners, een christelijke en openbare basisschool (CBS “De Tarissing” en OBS “Van Heemstra”), een 15e eeuws laat-gotisch kerkje, pastorie en een paintballcentrum. Oudwoude is, gelijk de naam al zegt, oud. In 1443 kwam het al voor als Olte-Wolde. Waarschijnlijk is hier of in de directe omgeving een oud bos of woud geweest. In dit oude bos of woud brachten onze voorouders vele offers aan hun goden, dit zou de naam 'De Wygeast' (de gewijde hoogte) verklaren. De bebouwde kom van het dorp ligt verscholen tussen de elzensingels in het zo specifieke woudenlandschap terwijl het noorden van het dorp in principe al gerekend wordt tot de noordelijke Friese kleistreek.
Spoedig daarna liepen we langs buurtschap Wijgeest/Wygeast naar de N358. Hier moesten we volgens de routebeschrijving zeer goed oppassen bij het oversteken van deze gevaarlijke weg. Aan de overkant zagen we voor plas Zandwielen een monument van de Landinrichting Kollumerland. Door het Tochmaland liepen we terug naar Kollum.We herkenden ons overnachtingadres waar we langs kwamen. Er lag nog wel een sloot, een verkeersweg en een parallelweg tussen. Met onze routebeschrijving maakten we een zwaaibeweging. Want je wist maar nooit of ze naar buiten zouden kijken. En ja hoor, tijdens de tweede zwaaiperiode zagen we, dat er werd teruggewuifd. Na 7 ¼ uur werd de finish bereikt.
Coos had het 25 kilometer parkoers gelopen. Vanuit startadres De Colle was vanaf 10 uur een sinterklaasprogramma. Coos heeft Sinterklaas en zwarte pieten nog gezien. Tijdens de wandeling liepen we nog verschillende keren over trajekten van de ANWB-fietsroute Elfstedenroute Lauwersland-ronde.
Er waren 493 deelnemers. Van de voorzitter hoorden we dat de opkomst voor deze streek boven verwachting was. We vonden het parkoerstechnisch enigszins tegenvallen. We liepen bijna alleen maar over verharde wegen. Wel volgden we veelal rustige wegen. Er zaten trajecten in het parkoers waaruit je kon opmaken dat de parkoersuitzetters goed bekend waren in de omgeving.
Er was voor deze dag een kans van 10% op regen voorspeld en een 30% kans op zon. We waren bij de start dan ook verbaasd dat de wegen nat waren. Tijdens de tocht bleef het voor 99,99% droog. De zon heeft een paar uur geschenen, echter na 1 uur in de middag. En toen waren de meeste 25 km lopers wel binnen. Maar wij liepen het 40 km parkoers.
21:12
Gepost door Henri Floor
in Vrije tijd |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: flal, kollum, henri, 171107 |
Facebook
|
15-11-07
Tweede Ahron Salomons wandeltocht van de FLAL vanuit Winschoten
| | Tweede Ahron Salomons wandeltocht van de FLAL vanuit Winschoten |
Op zaterdag 3 november 2007 organiseerde de FLAL een wandeltocht met naar keuze 25, 40 en 50 kilometer. Wij kozen het 40 kilometer parkoers. De naamgeving van deze wandeltocht is ontleend aan de laatste voorzitter van de vroegere Ringsynagoge Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap en met toestemming verleend door zijn zoon wijlen de heer Abraham Salomons. De naam van de tocht is een eerbetoon aan de Joodse burgers van Winschoten en omgeving die in de jaren 1942 — 1945 zijn weggevoerd via het kamp Westerbork naar de kampen Auschwitz en Sobibor alwaar zij door vergassing werden vermoord. Van de ongeveer 500 personen overleefden slechts 54 personen. Nadat we ons hadden ingeschreven praatten we met 2 bekenden. Toen we min of meer uitgepraat waren liepen we de zaal rond. We kwamen er spoedig achter dat de zaal half zo groot was als dat we eerst dachten. Dat kwam doordat één wand uit spiegels bestond. Later zagen we talrijke wandelaars naar de spiegelwand lopen in de veronderstelling dat de zaal veel groter was. Bovendien viel de inschrijftafel niet op waardoor wandelaars naar de achterkant van de zaal wilden lopen.We troffen nog meer bekenden. Zo ook de parkoersarchitect van de WS78 tocht vanuit Spijkenisse. Deze man is tegenwoordig woonachtig in Delfzijl. Omdat wij de tocht vanuit Spijkenisse de voorgaande zaterdag hadden nagelopen, hadden wij de nodige vragen over deze tocht.
Toen we even voor negen uur startten, bleek dat een groot aantal wandelaars al gestart waren. Daardoor liepen we in het begin tussen veel 25 kilometer lopers, die zich een wat rustiger tempo permitteren als dat wij deze dag graag wilden. Vrij snel na de start was het ook nog eens licht gaan motregenen, waardoor we ons fototoestel opborgen. We hadden de eerste kilometer toch al 2 foto's gemaakt. Want vlak na de start liepen we langs grote vijvers met bomen. De bladeren van de bomen, benevens de op de grond liggende bladeren, hadden een haast betoverende fraaie bruin gele herfstkleur.Op een gegeven moment was er filevorming en vertraging. We zagen enige wandelaars om de opstopping door een enigszins drassig graslandschap lopen. Wij besloten daarachter aan te lopen. Pas na afloop van de tocht lazen we wat de oorzaak van de filevorming was. Het betrof hier een paaltjesvlonder en dat is lastig lopen als het nat en daardoor dus ook glad is
We passeerden een dierentuintje met herten, reeën en lama's. In de parkoersbeschrijving werden we opgeroepen om de lama's met rust te laten. Het zou deze wandeldag tot 13.30 uur af en toe licht blijven motregenen.
Er werden in het extra infoblad melding gemaakt dat we langs een steentje van 30.500 kg kwamen, maar we hebben het steentje helaas niet gezien.
Daarna kwamen we door de Gassingel. Deze straat is genoemd naar de voormalige gasfabriek die hier vroeger stond.We liepen door een winkelstraat in Winschoten. Door het sombere weer met af en toe wat lichte motregen was er in de winkels nog niet veel klandizie. Daardoor waren talrijke winkeliers naar de deuropening van hun winkel gelopen en aanschouwden de passerende wandelaars. We hoorden twee dames tegen elkaar zeggen: "wat lopen ze hard hè, ze hebben flinke haast". Daarna kwamen we langs het stadhuis en restaurant De Nederlanden. Het stadhuis is gebouwd in 1895 in neorenaissance stijl, door rijksbouwmeester C.H.Peters, De letters SPQW op het balkon betekenen Senatus Populus Que Winschotanus, ofwel senaat en volk van Winschoten. Bij de toren Olle Witte sloegen we af. Dit waren allemaal mooie gebouwen, die zeker het fotograferen waard waren. Maar bij vochtig weer maken wij geen foto's.De toren die in het hart van Winschoten staat wordt in de volksmond wel de 'Olle witte' genoemd. De van oorsprong middeleeuwse toren was van pleisterwerk voorzien maar kreeg in 1931 zijn huidige vorm en uiterlijk. Het carillon in deze toren bestaat uit 49 klokken. De grootste is een luidklok uit 1773, 14 klokken (uit 1946) komen uit de gieterij van Van Bergen uit Heiligerlee. De overige zijn in 1962 en 1996 gegoten door Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel.
Het carillon speelt overdag automatisch elk kwartier door middel van een speeltrommel. In 2005 is (weer) een bengel in de toren opgehangen en deze is elke dag om 12.00 uur en 18.00 en tevens op zaterdag om 16.00 uur te horen. Daarna kwamen we nog langs een Joods monument. Het gebroken Davidster monument bestaat uit 3 panelen met 389 namen van in de jaren 1942/45 vermoorde Winschoter burgers. Het monument is onthuld op 15 april 2005 in opdracht van St. Oud Winschoten. Hier vinden jaalijks de herdenkingen plaats op 4 mei en 30 oktober. We liepen dwars door het overdekte winkelcentrum. Op het extra informatieblad stond vermeld dat het winkelcentrum in 2002 gereed zou komen. Hieruit blijkt dat de info van 5 jaar tevoren, toen de eerste Ahron Salomonstocht werd georganiseerd op 12 januari 2002 integraal was overgenomen. Maar daardoor was de tocht niet minder mooi.
Verder kwamen we langs de achterkant en even later langs de voorkant van het voormalig joodscentrum met rabbinaathuis. Op het plein voor de (voormalige) synagoge aan de Bosstraat is het kunstwerk 'de Klaagmuur' te zien, een ontwerp van Marijke Ravenswaay. Dit bronzen beeldhouwwerk - in reliëf -, dat de klaagmuur in Jeruzalem voorstelt, is geschonken door inwoners van Winschoten ter nagedachtenis van de toenmalige Joodse gemeente in Winschoten. Hier hebben we wel een foto van gemaakt, zij het echter na afloop van de tocht. Hier kwamen we namelijk langs toen we na afloop van de tocht naar het Arriva treinstation van Winschoten liepen. Vervolgens was het fraaie Sterrenbos aan de beurt van onze wandeling. Dit bos(je) werd rond 1825 aangelegd door werklozen, die hiertoe gedwongen werden op straffe van inhouden van hun schamele uitkering.
Buiten het bos kwamen we langs een monument. En nog steeds motregende het af en toe. In dat soort situaties ga je dan helemaal zo'n monument niet goed bekijken. Daarop kwamen we in het Winschoterbos en volgden hier graspaden. Ook kwamen we langs het babybosWe kwamen in een wijk van Winschoten waar straatnamen begonnen met St. Vitusholt, gevolgd door de tekst 1e laan, 2e laan tot wel 8e laan.
Op de kaart zagen we, dat we door een buurtschap met de naam Tranendal waren gekomen. We hebben aldaar niets bijzonders hierover gemerkt.
We passeerden een bosperceel dat aangelegd was op een zandafgraving. Even voordat we bij een houten luchtverdedigingstoren uit de jaren 50 kwamen, liepen we even op met een oud bestuurslid van de FLAL. We konden hem feliciteren omdat hij voor de 4e keer opa was geworden.
Bij een paar grote schuren aan de rechterkant van de weg, stond aan de linkerkant van de weg een pijl naar rechts met de tekst: "FLAL - Mariske Mulder, een kijkje waard". Het had onze nieuwsgierigheid opgewekt. Daarop liepen we naar het rechtergedeelte van de schuren. Bij een soort kiosk gebouwtje was een jonge man bezig om een vlag te plaatsen. Op onze vraag of hier de ingang van Mariske Mulder was, antwoordde hij met watte? Daarop besloten we naar het linker gedeelte van de schuren te lopen. Daar werden net goederen uit een vrachtwagen geladen. Toen we aanstalte maakten om de schuur, waarvan de schuurdeur half naar beneden was, naar binnen te kijken, kregen we de mededeling dat de ingang aan de andere kant was, aan de kant waar we het eerst gingen kijken. Omdat we er verder geen extra tijd aan wilden besteden besloten we verder te lopen.
Inmiddels was de eerste lus van de 50 kilometer weer op ons parkoers van de 40 kilometer samengekomen. We staken de spoorlijn Groningen-Winschoten over en kwamen daarop bij Heiligerlee. We liepen hier vlak langs het standbeeld van de slag bij Heiligerlee.Het standbeeld van Graaf Adolf van Nassau herinnert aan de slag bij Heiligerlee (of Oosterlee) door het Staatse leger onder bevel van de Graven Lodewijk en Adolf van Nassau tegen de Spaanse troepen uit de stad Groningen onder bevel van Graaf Aremberg welke plaats vond op 23 mei 1568, wat tevens het begin bleek van de 80-jarige bevrijdingsoorlog. De Staatse troepen maakten vooral gebruik van de omliggende moerassen en wisten zo de Spanjaarden te verslaan. Een (on-)bekende regel in het vierde couplet van het Wilhelmus gaat als volgt: Graaf Adolf is gebleven in Friesland in den slag.
Na een kantoor van Staatsbosbeheer staken we een verkeersweg over. We passeerden een minimolen. Deze molen was ongeveer 2 tot 3 meter hoog. Na eendubbele ophaalbrug nabij Eexterhaven liepen we tot aan Scheemda langs het Winschoterdiep. Echter nog wel een keer afgewisseld met een bospassage.Bij Scheemda staken we dan via de Eexterbrug het Winschoterdiep over. We kwamen in het centrum van Scheemda. Maar op dat moment wisten we niet dat we in Scheemda liepen. Dit stond niet (duidelijk) vermeld op de parkoersbeschrijving. Bij een soort boerderijtje was een vrouw de bladeren van haar oprit aan het wegvegen en aan haar vroegen we hoe de plaats heette.
Kort daarop kwamen we bij de Oldambsterherberg De Esborg te Scheemda. De afgelegde afstand bedroeg hier 14 kilometer. Toen we deze rust binnenkwamen was de zaal nog niet voor de helft gevuld. Voor de afhaalbalie van consumpties stond een lange rij wandelaars geduldig op hun beurt te wachten. We vervolgden ons pad.
Op bladzijde 7 van het FLAL-programmaboekje staat o.a. onder het kopje ROUTES vermeld dat we altijd een duidelijke routebeschrijving meekrijgen. Nu is zo'n tekst makkelijk op te schrijven. Maar de praktijk is naar onze mening dat de routebeschrijvingen helemaal niet duidelijk zijn. Er staan vaak meerdere aanwijzingen op één regel vermeld, waarbij een omschrijving van l.a. of r.a. niet duidelijk blijkt bij welk gedeelte van de omschrijving dit hoort. Ook worden er afkortingen gebruikt waarbij geen verklaring wordt vermeld. Straatnamen worden vermeld waarvan je geen straatnaambordje ziet en andersom ook. Een voorbeeld van omschrijving was: “1e pad l.ald.r.a. schelpenpad vlgn (zie pijlen)”.En als je even de routebeschrijving niet meer kon volgen, dan was het uitermate moeilijk om de route weer op te pakken, omdat de pijlen niet genummerd zijn.
We liepen onder de A7-snelweg door en kwamen daarop door met Midwolderbos. In een afgerasterd gedeelte konden we maximaal 45 paarden tegenkomen. Wij zagen er twee lopen en ze liepen gelukkig niet op ons pad. Daarop kwamen we bij Huize Ennemaborg en op het gelijknamige landgoed. Eerst liepen we langs de achterkant van het huis en om een vijver. Door het toegangshek verlieten weEnnemaborg weer.In 1738 werd in Midwolda een nieuwe kerk gebouwd, dit gebeurde omdat de oude kerk enkele kilometers verderop was. Dit kwam doordat het dorp zelf langzamerhand verplaatst was naar een plek op een gebied dat hoger lag. Gelukkig maar want anders was Midwolda net als vele andere dorpen van de landkaart verdwenen. De oorzaak hiervan was dat in de 15e en 16e eeuw de Dollard (zee-arm) een paar grote overstromingen veroorzaakte en vele dorpen deed verdwijnen. De (oude)kerk was op de plek blijven staan (van het eerdere Midwolda), maar was te ver voor sommige mensen. Later in de 18e eeuw werd de kerk afgebroken. In het zuiden van Midwolda werd de Ennemaborg in zijn huidige vorm gebouwd, dit was aan het einde van de 18e eeuw. De borg kreeg de naam van een landjonker die zich in de 14e eeuw hier op dezelfde plek had gevestigd (Sebo Ennema). Tegenwoordig woont en werkt de kunstenares Maya Wildevuur in de borg. Zij exposeert en verkoopt schilderijen en antiek in haar galerie, die voor het publiek geopend is. De bezoeker die meer tijd heeft, kan genieten van de prachtige tuin rondom de borg, waar een groot aantal zeldzame bloemen, bomen en planten voorkomen. Het 375 ha grote beschermde natuurgebied achter de borg ontwikkeld zich praktisch zonder menselijk ingrijpen. Alleen een grote groep vroeger in het wild levende Europese Tarpanpaarden beweiden het terrein en dragen daarmee bij aan de verzorging en instand houding van het park. De "Midwolder Plas" een kunstmatig aangelegd meer tussen Scheemda, Midwolda en Winschoten ligt in dit gebied.
In Midwolda kwamen we langs huize Emanuel. Dit was een huis met een mooie voorgevel. Links en rechts van de toegangsdeur zaten drie grote ramen.We staken de Hoofdweg over en volgden nu de Ulbe Buwaldalaan. Daarna verlieten we Midwolda weer. Over een landbouwweg zetten we nu koers naar Oostwold.
Vlak voor de bebouwde kom van Oostwold kwamen we langs vliegveld Tom van der Meulen, ook wel Groningen Airport Oostwold genoemd. Buiten de hangar stond één vliegtuigje in opvallende kleuren, met name geel. Hier worden onder andere rondvluchten boven de Blauwe Stad uitgevoerd. Voor 3 personen kost zo’n vlucht van een kwartier € 285,00.
Toen we langs de begraafplaats, die achter de hervormde kerk van Oostwold ligt, kwamen, bedachten we dat we hier een mooie foto konden maken. Het was inmiddels voor 99,9 % droog geworden en we besloten hier de 3e foto van de dag te maken. Op de hervormde kerk stond vermeld dat deze in MDCCLXXV was gebouwd. Later werd de kerk in MDCCCLXXXIII nog verbouwd.
We verlieten de kerk via een fraaie kerksingel omzoomd met aan de zijkant oudere bomen en op de grond herfstbladeren. Nabij de kerk lag ook nog een grote kosterij (meesterswoning). Spoedig daarop werd de tweede grote rust op 25½ kilometer bereikt in café Twee Oldambten. Van welke kant men het dorp Oostwold ook binnenkomt, café De Twee Oldambten is niet te missen. Het honderdvijftig jaar oude pand ligt midden in het dorp, aan het kruispunt van drie wegen.
Heel vroeger was op deze plek een stalling en wisselplaats voor de paarden van de boderijders die op weg waren naar elders. En ‘stallen en wisselen’ betekende even pleisteren en een ‘slokje’ nemen. Zo groeide het pand uit tot een café. Vanaf 1938 heeft de familie Bolhuis het bedrijf gerund en zij wisten daar een leuke nering van te maken.
Steeds weer werd er ingesprongen op nieuwe ontwikkelingen in de horeca. Zo zijn zij de eerste disco in de provincie Groningen begonnen. Aan het eind van de jaren 60 begon men een cafetaria. Iets wat toen nog in de kinderschoenen stond.
De naam van het huidige horecabedrijf, De Twee Oldambten, duidt op het oude middeleeuwse land en het nieuwe ingepolderde gebied van het Oldambt. Tegenwoordig is het bedrijf veranderd in een zaak waar men overdag lekker kan eten. En waar de dorpsbevolking ’s avonds een "puut" (borrel) kan drinken. Ook een groot deel van het verenigingsleven van Oostwold speelt zich af in de zaal van De Twee Oldambten.
We lieten ons de erwtensoep in dit oude café dan ook goed smaken. Van een wandelaar uit Beekbergen hoorden we, dat in onze eigen gemeente (Utrechtse Heuvelrug) een 60 kilometer tocht werd georganiseerd, naast andere afstanden. Maar hij had van een wandelaar uit Amersfoort vernomen dat deze 60 kilometer twee maal de route van de 30 kilometer volgden. Daarop besloot hij maar 40 kilometer in Winschoten te lopen. Ook aan de tafel zat op een gegeven moment één van de bekendste internetfotografen van FLAL-wandeltochten. Maar hij komt ook uit Friesland. Toen wij nog maar 9 foto's hadden gemaakt zat hij al op een aantal van 70 foto's.
We verlieten deze tweede grote rust weer en liepen daarna door en langs bosgebied Kromme Elleboog en over de gelijknamige straat. We passeerden het gezondheidscentrum van de Blauwe Stad. Spoedig daarop kregen we uitzicht op het Oldambtmeer. Het Oldambtmeer is hier nieuw gerealiseerd met een grootte van 800 ha (met een vaardiepte van minimaal 1,30 meter, qua grootte te vergelijken met het Sneekermeer en de Reeuwijkse Plassen) naast uitbreiding van het bestaande natuurgebied en het scheppen van recreatieve voorzieningen worden er vijf woongebieden gerealiseerd. In vier woongebieden (De Wei, Het Park, Het Riet en Het Dorp) wordt al gebouwd. Het vijfde woongebied (Het Wold) zal naar verwachting in 2008 in de verkoop gaan. Nooit eerder werd een dergelijk groot stuk landbouwgebied in Nederland onder water gezet.
Het gebied van Scheemda, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde dat werd omspoeld door de Dollard heette ‘Het Schiereiland van Winschoten’. In de loop der eeuwen werd de Dollard teruggedrongen. Er ontstonden polders en het schiereiland werd vasteland. In het centrum ontstaat het Huningameer. Met verbeterde ontwateringtechnieken verdween dit meer en bleef een landbouwgebied over.
Naar aanleiding van de wateroverlast in Noord-Nederland in 1998, heeft het meer in een later stadium een functie gekregen als waterberging in tijden van wateroverlast.
De realisatie van Blauwestad moet leiden tot vergroting van de leefbaarheid in het gebied van Blauwestad. Het gebied kampte destijds met meerdere problemen: sterke vergrijzing, het wegtrekken van jongeren in verband met het ontbreken van werk, landbouwgronden lagen braak ten gevolge van subsidies om overproductie tegen te gaan en tot overmaat van ramp brachten de traditionele subsidieregelingen geen verbetering.
Met de aanleg van het meer, de natuurgebieden, toeristisch recreatieve voorzieningen, de bouw van woningen en het aantrekken van mensen van elders die hier hun geld komen besteden, wil men het gebied een economische impuls geven.
Nu liepen we een tijdlang lang het grote meer. Daarbij kwamen we langs een jachthaven en een strand. Hierboven hadden we wat negatief geschreven over de parkoersbeschrijving, maar de bepijling van de route was over het algemeen zeer goed.Op 33 kilometer werd de enige wagenrust bereikt. Door de twee verzorgers werden we meteen herkend van mijn website www.henrifloor.nl. Ook op www.henrifloor.eu is deze website bereikbaar.
Na drie bekertjes limonade vervolgden we ons pad langs het Oldambtmeer punt 119. We kwamen weer door het Midwolderbos. Nu echter aan de oostzijde hiervan. Ook kregen we uitzicht op de Midwolderplas.
Nu zetten we koers naar de A7-snelweg. Vanaf het viaduct over de A7 hadden we nog een wijds uitzicht op het grote Oldambtmeer. In de verte zagen we een groot rood gebouw. Later zagen we dat op het rode gebouw BLAUWE STAD stond.
Na de A7-snelweg staken we het Winschoterdiep over. Over een asfaltpad bleven we nu een tijdlang langs het Winschoterdiep lopen. Het uitzicht op het roodgekleurde gebouw werd steeds duidelijker en eerst van deze kant zagen we de tekst “Blauwe stad” op het gebouw staan. Voor het gebouw wapperden 10 vlaggen.
Even voor de finish kwamen we nog door het stadspark en liepen langs enige grote vijvers. De zon, die op dat moment zijn best deed, kleurde de bomen fraai goudgeel.
We kwamen bij de finish aan om 15.40 uur. Dat betekent dat we de 39,1 km hadden gelopen in 6¾ uur. Het was lang geleden dat we zo snel over een 40 km tocht hebben gedaan. Maar het weer speelde hierbij in positieve zin een rol. Door de af en toe vallende motregen werden we nu niet opgehouden door de talrijke foto’s die we normaliter maken. Verder speelde ook een belangrijke rol dat we op onze terugreis vóór 21.00 uur Utrecht CS gepasseerd moesten hebben. Want Utrecht CS was na 21.00 uur niet meer per trein bereikbaar op die zaterdag 3 november 2007.
Na het afmelden verlieten we ongeveer 10 minuten later de finish. In 25 minuten liepen we naar het station. Onderweg naar het station maakten we nog 2 foto's waar we die ochtend met de wandelroute waren langs kwamen. Toen namen we geen foto’s vanwege de regen.
08:55
Gepost door Henri Floor
in Algemeen |
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: flal, winschoten, henri |
Facebook
|
